archief
evameijer.nl

 

 

19 juli

Groen

 

 

 

18 juli

 

 

17 juli

Update De moeder de vrouw

De ingezonden brief in de NRC heeft geleid tot een gesprek met de CPNB en een gezamenlijke verklaring. De CPNB heeft toegezegd dat het geschenk en essay voortaan net zo vaak door mannen als door vrouwen geschreven zullen worden. Lees hier meer of hier.

 

 

16 juli

Doris aanschouwt een wonder

 

 

16 juli

Landschapsherinneringen

De aanhoudende droogte is naar voor de wilde dieren en de planten, maar heeft ook poëtische gevolgen: in Wales hebben luchtarcheologen eeuwenoude nederzettingen ontdekt. Doordat de omstandigheden op die ruïnes net wat beter zijn voor het groeien van planten en gewassen zijn er vormen zichtbaar die anders opgaan in de rest van de begroeiing. Op de website van de BBC kun je zien hoe dat eruitziet.

 

 

15 juli

Hoe je je voelt

 

 

14 juli

Layers of anger

 

 

13 juli

Zomaar wat dingen

1. Ergens is een kamer waarin alle plannen die ooit bedacht maar nooit uitgevoerd werden opgeslagen liggen te wachten.
2. Ik zag twee heel oude mensjes op de fiets. Ze stonden achter elkaar voor het stoplicht te wachten. 'Groen,' riep de achterste heel hard tegen de voorste toen het op groen ging. 'Wat?' schreeuwde ze terug. Ze draaide zich in slow motion naar hem om. 'Groen.'
3. In de LIDL werd ik aangesproken door een verwaande oudere dame. 'Waar liggen de schuursponsjes?' Ik zei dat ik geen idee had. 'O. U ziet eruit alsof u hier vaak komt, vandaar.' Ik vroeg haar of ik dat als belediging of compliment moest opvatten. Daar gaf ze geen antwoord op. Heb compassie, dacht ik (als aansporing naar mezelf).
4. Mijn lieve duif is gestorven. Ik mis haar elke dag.
5. Er is ook een kamer met alle dingen die je niet durfde te zeggen en eigenlijk wel zou moeten zeggen.
6. Zeg maar, als het belangrijk is.
7. Ik droomde over mijn nieuwe huis (het was van hout), met uitzicht op een heel helder bergmeer, en nu teken ik steeds berglandschappen. Ik las dat hoe hoog je woont invloed heeft op hoe je de woorden uitspreekt.

 

 

12 juli

Ondertussen op de UvA

 

 

11 juli

Parasol en tafel

 

 

 

10 juli

Move slowly

 

 

9 juli

Bomenkerkhof

 

 

8 juli

Over de slakken

Een paar jaar geleden kwamen er regelmatig naaktslakken de keuken in – ze sliepen soms opgerold in ongebruikte pannendeksels of trokken hun sporen over het aanrecht als ik lag te slapen. Ze aten graag van de kattenbrokjes maar de schuurlaag van de schuurspons vonden ze ook niet te versmaden. Nu zie ik ze nooit meer. Ook de slakken in de tuin – naaktslakken en huisjesslakken, die eerste zijn trouwens een stap verder in de evolutie, zegt men – lijken vertrokken naar een plek beter dan hier. Af en toe zie ik er nog een in de steeg, die ik steevast red (meeneem naar mijn tuin). Aan het eind van de zomer werden er eerder altijd slakkenbaby’s geboren, ik moest dan steevast voorzichtig lopen in de tuin en ze van mijn fietsbanden afhalen voor ik op pad ging. Nu heb ik die al jaren niet meer gezien. Misschien is het omdat Putih dood is en er geen kattenbrokjes meer op het aanrecht staan (daarom zie ik ook nooit muizen meer), misschien is er een grotere reden, is er iets in de kosmos of de bodem veranderd.

 

 

7 juli

Marx from the margins: de A van animals

Marx werd dit jaar tweehonderd jaar geleden geboren. Ter gelegenheid van dit heuglijke feit hebben de goede mensen van filosofietijdschrift Krisis een themanummer gemaakt waarin ze de relevantie onderzoeken van Marx' denken voor begrippen die hij zelf niet of nauwelijks besprak, of die als futiel gezien worden in relatie tot zijn denken. Ik werd gevraagd om voor dit alternatieve ABC de A van animals voor mijn rekening te nemen. Het themanummer is online te lezen en wel hier. Mijn bijdrage staat hier.

 

 

6 juli

Vlag

 

 

5 juli

Een weekje weg

Met de honden ben ik een week in Drenthe. We hebben een huis gehuurd dat in het bos ligt, omgeven door meer bos, velden, en verderop de hei. Het land is sloom en dromerig: het gras waait maar zo’n beetje, zich niet van zijn schoonheid bewust. Vogels zijn druk bezig met wat ze altijd doen, insecten zoemen, vliegen, de bomen vangen het licht, eerst hier, dan daar. Als we het zandpad nemen komen we langs het maïsveld en heideveld, en uit in het bos (of eigenlijk een knooppunt van verschillende bossen). Als we het bospad nemen lopen we via het bos naar het dromerige pad met de hei op de achtergrond. Het is overal mooi, het uitzicht is toeschietelijk en zowel auto’s als mensen zijn ondergeschikt aan het landschap. Het gehuurde huis is bovendien schoon en netjes en alles is aanwezig, op het neurotische af (ook puzzels? perforator? dartbord? 24 aardappelschilmesjes? een boek van Seneca? beeldjes van herten en schapen? een fatboy hangmat? lampen die aangaan als je er met je hand langsgaat? zeker). In de bostuin heeft iemand zich flink uitgeleefd met stenen, ijzeren en houten diervormen.

So far so good dus, alleen heeft Olli last van nachtelijke angsten waarmee hij ons uit de slaap houdt. Hij wordt wakker, is gedesoriënteerd en begint te spoken (aan deuren te krabben, en ga zo maar door, dingen die hij niet mag omdat hij nogal sterke voeten en scherpe nagels heeft). Ik slaap dus op de bank met de riem om mijn buik en ’s nachts luisteren we naar de radio. Lezen kan ik niet rond die tijd. Overdag lees ik wel en ik wil jullie allemaal de laatste twee boeken van Nicolien Mizee aanraden. Die bestaan uit faxen aan Ger en gaan over het leven en hoe de mensen zijn, en hoe dat allemaal werkt moet je zelf maar lezen. Ik wacht met smart op het volgende deel. Ik accepteer het slechte slapen maar, op een gegeven moment valt hij steeds wel weer in slaap. Misschien helpt het met uitrusten; ik schrijf wel, maar losser. Dat zal wel ergens goed voor zijn.
Verder overweeg ik opnieuw een koffiezetapparaat aan te schaffen. Ik zet al jaren koffie met een filter op een kopje en dat werkt prima, maar sommige apparaten bieden troost of tenminste gezelligheid. De broodrooster bijvoorbeeld (observatie: broodroosters warmen op na de eerste twee boterhammen, de daaropvolgende gaan altijd harder – hier hoor je nooit iemand over), en zo’n koffiezetapparaat ook. Ik had er ooit een, maar die ging stuk, en ik accepteer dat vaak gewoon. Zo douche ik ook al jaren met een tuinslang. Na drie gebroken douchekoppen (door de vorm van de douche vallen ze vaak) heb ik de laatste niet meer vervangen. Met de slang gaat het ook. En een douche heeft weinig troostends, het douchen misschien wel, maar de douche zelf niet.
Verder zag ik hier een grijskopspecht, die ik niet eerder aanschouwde, en natuurlijk alle bekende kleine tuinvogels. De eerste ochtend zagen we vossen en in de verte iemand die een hert kon zijn (zoiets gaat altijd snel dus ik weet het niet zeker).
Vanochtend nam Doris het zandpad terwijl Olli en ik over het fietspad liepen. Ze keek steeds of we er nog waren en rende dan een stuk vooruit, opgewonden dat ze zomaar aan de andere kant van de drooggevallen sloot liep, een beetje wild, een beetje stout. Ze kwam twee keer heel hard kwispelend weer naar ons toe, dat is toch hoe het uiteindelijk moet zijn, naast elkaar.

 

 

4 juli

Olli verdroomt de tijd

 

 

3 juli

Ik droomde ook over een vliegende teek die op mijn wang landde en zich in mijn huid boorde toen ik sliep

Vannacht droomde ik over de waarheid. Niet als een abstract eindpunt van een zoektocht maar als iets concreets, als materie. Ik vertelde iemand erover, legde uit dat ik me ermee bezig hield, en deze boodschap werd met een zeker ontzag ontvangen. Het was een ouder iemand, het was wel duidelijk dat dit soort dingen vroeger in hoger aanzien stonden dan nu.

 

 

2 juli

Dwingeler Veld

 

 

1 juli

Zich wapenend

Armando is overleden. Ik vind dat heel jammer. Nu zal ik hem nooit ergens tegenkomen en een klein gesprekje voeren, en dat had ik graag gedaan (gewoon op straat bedoel ik, niet in een museum of zo). Her en der wordt zijn werk gelijkgesteld aan de Tweede Wereldoorlog maar dat doet het tekort (de oorlog is maar een lens). Het gaat meer dan over geweld of het kwaad over de absurditeit van alles, over hoe slechtheid en schuld zich terloops aandienen, nooit zwart-wit zijn en hoe mensen dat nooit zijn, in tegenstelling tot zijn zwart-witte landschappen. (De natuur is bij Armando altijd naast hard een bron van troost, ook juist in die onverschilligheid en zo is het dus: de wereld (en alles en iedereen erin) zorgt niet voor je maar je kunt je er evengoed door gekoesterd weten. Dat heeft te maken met schoonheid.) Over hoe het enige wat je tegen de verschrikkelijkheid van alles kunt doen werken is, werk maken bedoel ik, als een soldaat, elke dag, en erom lachen, want er valt altijd veel te lachen, in de dialogen en observaties en al die kleine dingen die zo veelzeggend zijn. Zijn geschreven werk gaat trouwens ook altijd over de taal zelf, dat vreemde schepnet waarin we betekenis proberen te vangen, iets waar we soms, als we geluk hebben (en dat geluk had hij, lees De straat en het struikgewas bijvoorbeeld maar), in slagen.

 

 

30 juni

Namen en status

Bij het verwijzen naar bekende mannen volstaat de achternaam vaak, bij vrouwen niet. Zo noemen eerstejaars studenten vaak braaf alle filosofen bij hun achternaam, maar De Beauvoir is dan ineens 'Simone'. (Ze schrikken dan ook weer braaf als ik ze erop wijs.) Vandaag stond er een artikel over in de krant, waarin wordt uitgelegd hoe het komt en wat de gevolgen ervan zijn. Klik.

 

 

29 juni

Wie gaat er mee

 

 

28 juni

If we could talk to the animals

Eind vorig jaar sprak ik met natuurjournalist Brandon Keim over mijn onderzoek. Hij heeft nu een mooi essay geschreven over kijken en luisteren naar dieren en hun politieke vertegenwoordiging. Je kunt het hier lezen.

 

 

27 juni

Tip

In het Amsterdam Museum is vanaf vandaag een expositie te zien met werk van mijn zusje. Streetwear & identiteit, klik hier voor meer informatie en bezoek dat museum.

 

 

26 juni

Pizzalover

Mijn buurjongen kreeg post met de aanhef 'pizzalover'. Er staan al tijden steigers om het huis - het zou drie weken duren, we zijn nu in de zesde maar de woningstichting reageerde niet op de mail waarin ik vroeg of ze ooit nog weggingen en het is dus maar de vraag of ze ooit nog zullen gaan. Misschien is het moment voorbij. Het moment: dat kader of raam waarin a of b plaats kan vinden. Momenten gaan voorbij en dan zit je weer in de dikke stroom van de tijd, waar je je mond moet houden. Tijd wordt niet voor niets vaak met modder vergeleken. De buurjongen stampt, hij is blond en werkt 's nachts. Wat hij doet ben ik vergeten te vragen. Ik had meer interesse kunnen tonen. De honden slapen. Er komen geen schilders meer op de steigers, er hoeft dus niet geblaft. Ooit woonde er een mannetje hierachter dat vaak boos was. Hij bouwde schepen op het dak met gevonden stukken hout en zeilen van spijkerbroeken met afgeknipte pijpen en bracht me soms een plastic zak met koude pizza. 'Voor de hond.' Hij is verdwenen. Misschien is hij in Italië gebleven, waar hij vandaan kwam, niemand weet het, hij is weer opgegaan in de omgeving. Zijn huis is ontruimd, het schip is afgebroken, de spijkerbroeken zijn weggegooid.

 

 

25 juni

In de tuin van mijn tante







 

 

24 juni

Dierentuinbezoeker, kijk naar jezelf

Voor Knack schreef ik een stuk over Rani, de leeuw die donderdag doodgeschoten werd in dierenpark Planckendael - en over de problemen met dierentuinen. Het is hier te lezen.

 

 

24 juni

Nieuwe boeken

 

Eind augustus verschijnen de Duitse en Engelse vertaling van Het vogelhuis. In het najaar verschijnt eindelijk ook de Nederlandse vertaling van natuurklassieker Pelgrim langs Tinker Creek, een boek waar ik in mijn boekenweekessay voor de NRC over schreef (het werd diezelfde avond nog aangekocht door Atlas Contact). Tevens verschijnt Charles' Angels, een boek over de vrouwen met wie Darwin correspondeerde. Hiervoor schreef ik een hoofdstuk over Frances Power Cobbe. Begin volgend jaar verschijnen twee nieuwe boek van mij: eerst het essay De grenzen van mijn taal, over depressie, en daarna Voorwaarts, een roman. Maar over die twee later meer.

 

 

23 juni

Donderdag zag ik drie heel oude honden

Dit was er een van.

 

 

22 juni

En voor alle natuurprofeten-in-spe onder u

De wildplukwiki.

 

 

21 juni

Gusto Gräser

Natuurprofeet Gustav 'Gusto' Arthur Gräser was een van de grondleggers van de commune in Duitsland. Op zoek naar meer informatie over zijn leven, kwam ik op de volgende website terecht, die qua vormgeving en inhoud veel andere websites overtreft - klik. Kijk vooral bij Ideenwelt en Personenindex om een indruk te krijgen.

 

 

20 juni

 

 

19 juni

Slakken zijn ouder dan bergen.

 

 

18 juni

De Brief

Mogen vrouwen ook iets zeggen als het over vrouwen gaat?

 

 

17 juni

De moeder de vrouw vervolgd

Vrijdag schreef ik op Facebook een verontwaardigd stuk over het thema van de boekenweek, en ik was niet de enige. Het regende overal reacties. Daar is een actiecomité en een brief uit voorgekomen die morgen in de NRC en De Morgen zal verschijnen, met 283 handtekeningen van schrijvers en andere boekenmensen eronder (en er komen nog steeds namen binnen), en allerlei andere actieplannen. Het zal een roerige boekenweek worden - en we zien uit naar de reactie van de CPNB. (Het gaat natuurlijk niet om de CPNB, maar om de onderliggende patronen: vrouwen worden in de literaire wereld net als elders al eeuwenlang niet serieus genomen, genegeerd, beledigd en gekleineerd - en daar is dit alleen een volgende uiting van.)

 

 

16 juni

De hortensia's veranderen graag van kleur

Eerst waren ze roze, of blauw, dat weten mijn ouders niet meer precies, maar ze waren zeker niet allebei.

 

 

15 juni

De baarmoeder de vrouw

De Stichting CPNB viert dit jaar wederom de male gaze. Het thema is De moeder de vrouw (dit is geen grapje), en zowel het Boekenweekgeschenk als het Boekenweekessay worden geschreven door mannen - namelijk Jan Siebelink en Murat Isik. Want je kunt natuurlijk wel goed over vrouwen schrijven, maar vrouwen zelf laten schrijven is weer wat heel anders (klik hier voor een korte samenvatting van waarom dit problematisch is).  Ik weet wel meteen wat leuke acts voor het boekenbal: 1. mannelijke schrijvers baren boeken op het podium, 2. iets met een aanrecht, 3. vrouwen met papieren zakken over hun hoofd beelden huiselijke scenes uit (pantomime?), 4. een interview met een mannelijke schrijver over zijn moeder, 5. iets met Mai Spijkers, 6. niet-witte vrouwen beelden een vruchtbaarheidsritueel uit (moderne dans), 7. een jonge schrijver (m) leest voor uit zijn boek over zijn ex (de moeder van zijn kinderen). De dresscode volgt normaal gesproken het thema; ik ga denk ik als pollepel, schort, Heleen van Royen, of gewoon naakt gedoopt in menstruatiebloed.

 

 

14 juni

Bijna raak

 

 

14 juni

De geschiedenis herstellen

Het urinoir van Duchamp is niet van Duchamp, maar van Elsa von Freytag. Lees maar.

 

 

13 juni

Over de Yoruba en gender

De kop lijkt me overdreven - gender is een westerse uitvinding - omdat je daarvoor alle niet-westerse culturen onder de loep zou moeten nemen, maar dit interview van OneWorld met socioloog Oyèrónke Oyèwùmí over gender bij de Yoruba (in Nigeria) is wel heel interessant. Ze vertelt bijvoorbeeld dat de Yoruba geen genderaanduiding gebruiken bij het spreken over familieleden (niet broer en zus maar kinderen) en dat verhouding hiërarchisch zijn in de zin dat oudere mensen meer rechten hebben, en niet mannen. Je kunt het hier lezen.

 

 

12 juni

Pootje

 

 

11 juni

Over de dieren in deze tijd

Goed nieuws: van de NWO kreeg Bernice Bovenkerk een VIDI beurs om onderzoek te doen naar het handelen van dieren in het antropoceen. Ik zal me als postdoc-onderzoeker vanaf september vier jaar buigen over de filosofische aspecten van agency van dieren. Meer over het onderzoek lees je hier en hier.

 

 

10 juni

Emma Turner

Iemand schreef me over Emma Turner (1867-1940), een Engelse vogelfotograaf en -schrijver. Ze was de eerste vogelonderzoeker op Scolt Head Island van 1924-25. Ze beschermde daar de vogels en hun eieren en deed in woord en beeld verslag van hun levens en het landschap, en van uitdagingen, zoals het gebrek aan drinkwater. Ze droeg meestal een hoed, zoals je ook kunt zien op de foto, en was altijd in gezelschap van haar trouwe honden. Samen woonden ze op een door haarzelf ontworpen woonboot. Met onderstaande foto won ze de gouden medaille van de Royal Photographic Society.

Meer over haar werk lees je hier of hier.

 

 

9 juni

Morgen

'Straks ga ik stofzuigen,' zei ik door de telefoon tegen mijn vader. 'Of morgen.' 'Ik zou het morgen doen,' zei hij.

 

 

8 juni

De dingen die we wel en niet kunnen bewaren

 

 

7 juni

Wakker

Ik droomde dat Doris weggerend was. Het was in een vestingstadje in de herfst, overal lagen bladeren. Ik rende om de gebouwen heen en riep haar. Ik voelde me schuldig omdat ik het commando 'blijf' niet gegeven had en ze nu in haar eentje was - mijn stem was al schor van het schreeuwen. Doris is echt weggelopen, twee keer, uit het park, sindsdien heb ik deze dromen. Ik wist in de droom dat ze eerder terug was gekomen, maar wist ook zeker dat ze in deze droom niet meer bij me zou komen. Toen kwam ik op het lumineuze idee dat dit een droom was en niet echt, en dat Doris gewoon bij me in bed lag. Ik werd wakker en daar lag ze inderdaad, ze was blij dat ik weer wakker was, zoals elke ochtend.

 

 

6 juni

Dieren in beweging

Vanavond is de laatste bijeenkomst van de OZSW werkgroep dierethiek van dit schooljaar en voor de verandering is die openbaar toegankelijk. Sandra Swart (Stellenbosch University) en Pete Porter (East Washington University) zullen een lezing geven over respectievelijk diergeschiedenissen in Zuid-Afrika en dieren in film. Het begint om 19 uur en zal plaatsvinden in de Vondelzaal van de bibliotheek van de UvA (Spui 425).

 

 

5 juni

Even lekker van het uitzicht genieten

 

 

4 juni

Lozano

In Edinburgh zag ik een tentoonstelling van Lee Lozano (1930-1999). De schilderijen vielen een beetje tegen (veel schilderijen van piemels), maar haar sociale experimenten zijn interessant en om haar biografie moest ik lachen. Zo deed ze een performance / sociaal experiment waarin ze twee maanden niet met vrouwen communiceerde. Om onduidelijke redenen zette ze dit experiment voort tot aan haar dood.
Hier kun je meer over haar lezen.

 

 

3 juni

Onderhoud



 

 

2 juni

Omkeringen

1. Reizen is een goede metafoor. Een reis is iets om te volbrengen, je komt onderweg verschillende uitdagingen tegen en terecht in nieuwe vreemde situaties maar uiteindelijk kom je weer thuis.
2. Vannacht droomde ik dat ik bij een bijeenkomst van reuzen aanwezig was. De reuzen waren ongeveer anderhalf keer zo groot als andere mensen en werden onderdrukt; de bijeenkomst was een soort congres om hun positie te verbeteren. Ongeveer 2 procent van de bevolking was reus.
3. Vanochtend ontmoette ik een nogal schuwe hond die Dapper heette.
4. Tijdens de conferentie vertelde een dierenarts-onderzoeker over de mobiele dierenkliniek die hij opgezet had voor daklozen en hun gezelschapsdieren. De kliniek wordt gerund door studenten en is een groot succes. Honden van daklozen zijn over het algemeen in goede gezondheid, hebben minder overgewicht dan huishonden en minder gedragsproblemen. Ze zijn vaak de belangrijkste persoon in het leven van hun dakloze, soms zelfs de enige belangrijke.
5. Vrijdagmiddag onweerde het in Edinburgh, en daarna stortte het van de regen. Het was wel warm dus het gaf niet. In de rij voor de bus stond ik voor een vrouw met een paraplu. Ze had haast en stond dicht op me, wat nu eens niet vervelend was: ik werd ook droog gehouden. Ik voelde me een zwerfdier dat een menselijke uitvinding gebruikt om het leven wat comfortabeler te maken.
6. Ik had heimwee, in die rij, gewone ouderwetse heimwee in de vrijdagmiddagregen in een onbekende stad, naar mijn hondenvrienden en mijn eigen bed.

 

 

1 juni

Ontmoetingen met een berg







 

 

31 mei

De indrukken van twee dagen die over elkaar schuiven en glijden, nog geen vaste vorm hebben gevonden

Ik liep over een trap in verschillende kleuren marmer, tree voor tree. De Scottish National Gallery Modern is een heel geslaagd museum. Ik zag ook een tentoonstelling van Lee Lozano, die vooral graag piemels tekende (en sociale experimenten opzette, maar daar zagen we alleen haar tekeningen van). In de bus terug naar het vliegveld zag ik een reclame voor de busmaatschappij, waarin een man werd uitgenodigd door een andere man om met zijn twee greyhounds te gaan wandelen. De eerste man accepteert de uitnodiging en doet iets ingewikkelds met een app, maar de clou is dat de andere man staat te wachten als hij aankomt. Dan gebeurt er iets raars: ze geven elkaar stijfjes een hand (geen hug of zo), alsof ze kennissen zijn, terwijl je met een kennis niet op die manier afspreekt. In het laatste shot zie je ze naast elkaar lopen met allebei een hond aan de riem. Ik zag het laatste shot eerst, en dacht dat het twee mannen waren die een relatie met elkaar hadden, en die honden gered hadden, misschien dat ik het daarom een vreemde reclame vond. Tijdens de conferentie hoorde ik talloze lezingen over sociale milieu- en dierenbewegingen en verzet van gemarginaliseerde groepen in die context van over de hele wereld. Ik vertelde zelf over de Amsterdamse zwerfkatten en hun mensen. Er werden verbanden ontdekt en gesmeed - ik kende er niemand, nu ken ik ze allemaal wel. In de airbnb waar ik sliep maakte een kat de dienst uit. Ze zat in de deuropening lang naar me te kijken. Ik vind het prettig als katten naar me kijken (er waren vroeger katten die dat deden als ik sliep, dan voelde ik me heel veilig). Ik zag een kasteel en Arthur's Seat vanuit de verte (een berg vanwaar je de stad kunt zien - ik las dat de randen van het gebergte Samson's Ribs heten). De meeste gebouwen in deze stad zijn oud, zeker in het centrum was er bijna geen nieuwbouw. Ik had meerdere malen vertraging en liep veel steile trappen op. Ik at een Engels ontbijt (helaas zonder bonen). Ik ontmoette een grijze eekhoorn, die van me schrok. Kraaien hadden het heel gezellig op een pleintje bij de universiteit en verderop zat een dakloze met een bruine hond. De beide bedden waar ik in sliep, lagen goed. Engelse universiteiten hebben een typische geur - toen ik zeventien was studeerde ik een tijdje in Engeland, ik ken de geur goed. De deuren in het geografiegebouw gingen met knoppen aan de muur open, we zaten in de oude bibliotheek.

 

 

30 mei

De afstand die jou meet

Van de Franse filosoof Bergson mag je tijd naar niet een analogie met ruimte opvatten. Je kunt tijd niet op die manier meten, het is niet recht en afgebakend, maar juist grillig en in staat je mee te nemen. Ik ben geneigd reizen steeds meer in tijd te meten, niet in afstand. Zondag gaf ik een lezing in Bergen op Zoom, waar ik vanuit Hoorn heen moest, met Doris, dat was een verre reis. Vandaag ben ik naar Edinburgh gereisd, en hoewel dat veel wachten inhield, viel het reizen zelf mee, ik werd er gewoon heen gedragen. Het kostte allebei een dagdeel, alleen nu ben ik heel ergens anders (verder, maar het kostte niet veel moeite). Het is hier niet zo anders, wel koeler trouwens, en de huizen zijn oud en ik zag al bergen. Later leg ik mijn stappen in de straten, nu ga ik eerst maar slapen. Slapen is ook een vorm van gedragen worden.

 

 

29 mei

Olli vindt een mooie kuil, Doris wil er ook bij

 

 

28 mei

Koekoek

 

 

27 mei

Die Sprachen der Tiere

Mijn Duitse teeveedebuut in het programma Druckfrisch is vanavond te bekijken en wel hier (je kunt het ook terugkijken).

 

 

26 mei

Groen en blauw en groen en blauw en geel

 

 

25 mei

Nieuwe mensen

Tijdens een korte wandeling door de buurt kwamen Doris en ik een kind van een jaar of tien tegen met een klein hondje, Sammie. Sammie en Doris vonden elkaar wel aardig. Ze vertelde dat hij bang is voor vuilniszakken, ik vertelde dat Doris bang is voor scooterhoezen. Sammie had gele vlekken in zijn vacht, sinds hij van de zomer in een pension geweest was. 'Ik ben tweeënhalve maand geleden naar deze buurt verhuisd,' zei het meisje toen. 'Ik moet nog nieuwe mensen leren kennen.' 'Oké,' zei ik. We praatten nog even over de honden en toen gingen we allebei weer verder.

 

 

24 mei

Polaroids 1998

 

 

24 mei

Staartje optredens

Voor mijn zomerschrijfstop ingaat, ben ik nog een paar keer live en minder live te zien: vanavond geef ik een lezing bij Spui 25 in Amsterdam. Zondagavond ben ik te gast in het programma Druckfrisch op de ARD (Duitse tv). Eerder die dag geef ik een lezing en workshop bij Een moreel paardenkompas in Bergen op Zoom. 31 mei presenteer ik een paper met de titel Stray agency and interspecies care op de Social Difference and Nature workshop in Edinburgh. En 7 juni geef ik een lezing over dierentalen op het Antropoceen Symposium in Sexyland te Amsterdam.

 

 

23 mei

Den Haag 2003

 

 

22 mei

Een terugreis

1. Ik zit in de trein. We reden net langs een station en ik zag mensen instappen en dacht: ik heb ook zin om met de trein te reizen. Het riep lichte heimwee op. Maar dat doe ik al, ik zit in de trein en ik ben zelfs onderweg naar huis, dus ik ben hier niet, of ben ik hier wel?
2. De treinreis die ik maak is de allerbekendste: die tussen de stad waar mijn ouders wonen en de stad waar ik woon. Ik ging vroeger, toen ik nog in de stad woonde waar mijn ouders wonen, al vaak met de trein naar de stad waar ik woon en deze reis loopt dus als een rode draad door mijn leven (ook al heb ik tijden in een andere stad gewoond, een andere route genomen, alles komt altijd weer terug, maar anders).
3. Misschien is dit alleen het begin van een herinnering.
4. Ik ging toen ik vijftien was met een goede vriendin van me met de trein naar Björk in Ahoy. Zij was haar kaartje vergeten. Hoe kon ze dat vergeten? Ik wachtte in Purmerend tot ze heen en weer was gegaan, we waren nog op tijd. We hadden eerder die dag bij de balie op het station om de route gevraagd, de tijden opgeschreven. Het was een dure reis, wel twintig gulden of zo. De trein stopt nu niet meer in Purmerend.
5. In een veld met schapen staan ganzen, in een veld met paarden hazen.
6. Het is een weekendavond, mensen gaan terug naar huis. Ze hebben fietsen bij zich, koffers, geliefden, honden, breien gesprekken van vaak gebruikte woorden.
7. We blijven na CS in de trein zitten, vanaf Amstel kunnen we lopen. De honden willen eruit. Omdat het druk is, gaan we in het halletje zitten, helemaal aan het begin van de trein. ‘We zijn er bijna,’ zeg ik. Olli gaat voor de deur staan, zijn hoofd raakt hem bijna, alsof hij hem zo open kan laten gaan. Het lukt, een minuut of tien later, we komen altijd aan, al duurt het soms lang.

 

 

21 mei

Wild

Mijn uitgever kocht bloemen voor me. 'Doe maar een beetje een wild boeket,' zei ze tegen de bloemist.

 

 

20 mei

 

 

20 mei

Soorten vragen die ik krijg na lezingen, met voorbeelden

1. De informatieve vraag. ‘Hoe onderzoeken ze de taal van de prairiehonden precies?’
2. De ethische vraag. ‘Hoe moet ik met mijn hond omgaan, nu we dit allemaal weten?’ Mits oprecht gesteld is dit vaak de ontroerendste.
3. De vraag die geen vraag is. Deze komt in verschillende variaties voor. De vraagsteller is in alle variaties in 95% van de gevallen een man.
a) De spirituele variant. De vraagsteller doet zelf aan telepathie met (overleden) dieren, of iets anders dat in relatie staat tot mijn lezing, en wil daar graag over vertellen. Deze vraagsteller praat door tot ik vraag of hij nog een vraag heeft.
b) De denigrerende variant (deze komt na elke lezing langs, de steller is vrijwel zonder uitzondering een witte man tussen de 25 en de 85). De vraagsteller is het niet met me eens en wil me belachelijk maken. Vaak heeft hij geen kennis over het onderwerp maar wel een sterke intuïtie. Hij voelt zich meestal bedreigd (‘ik mag geen dieren meer eten’) en heeft eigenlijk geen respect voor de spreker. Dit blijkt ook duidelijk uit zijn lichaamshouding. Hij luistert vooral graag naar zichzelf en heeft nooit genoeg aan één vraag.
c) In de academische variant is de vraagsteller meestal een witte man van boven de zestig die vanuit zijn eigen denkrichting of werk problemen ziet. Niet het werk dat ik (of wie dan ook) presenteer staat centraal maar zijn eigen werk. Hij steekt na iedere lezing meteen zijn hand op.
4. De monoloog. Op grote conferenties en festivals is er altijd iemand (ouder, sjofel gekleed) die gepensioneerde performancekunstenaar, bioloog of activist is en eigenlijk ook mee wil doen. Het is de kunst deze persoon niet te vaak het woord te geven, omdat alles anders uitloopt. Hier komt de emotie vaak ook om de hoek kijken.
5. De studentenvraag. Dit is een mix van 1 en 3b. De vraagsteller weet iets over het onderwerp en vraagt naar een specifiek detail. Uit het detail blijkt dat hij voornemens is de spreker onderuit te halen. Dat lukt niet, want daar weet hij te weinig voor.
6. De andere vraag. Uit de vraag blijkt dat de vraagsteller niet heeft begrepen waar de lezing over gaat. Maar dat geeft niet. Over het andere onderwerp kunnen we het ook wel even hebben.
7. De persoonlijke vraag. Hoe ben ik hier toch toe gekomen? Hoe combineer ik toch alles wat ik doe? Ik heb ook vogels in de tuin, weet u misschien wat dit of dat gedrag betekent? Kunnen we een keer koffie gaan drinken? Deze wordt gesteld door aardige oudere mensen en door vieze mannen. Gelukkig zijn die groepen goed van elkaar te onderscheiden.
8. De vraag achteraf. Deze vraagsteller durft niets te zeggen in groepen en spreekt me aan als ik mijn jas al aan heb en naar huis wil. Ze durft me ook niet echt aan te kijken, maar praat toch door tot ik zeg dat ik weg moet om mijn trein te halen.

 

 

19 mei

Vanochtend

Zwaluwen scheren over het meer - mug, mug, mug.

 

 

18 mei

Kusjes

Woensdagochtend liep ik hard door het Amstelpark, of eigenlijk jogde ik, niet al te hard, met twee honden. Ik nam een andere weg dan anders en kwam door de Rododendronvallei, die prachtig bleek, vanwege de kleuren (ook hebben sommige planten tot de verbeelding sprekende namen als R. Pioneer). Ze stonden aan een kronkelig vrij donker pad aan de buitenste rand van het park. Wel een aanrader, net als de rest van dat park, dat een jaren zeventig uitstraling heeft maar vooral heel veel verschillende planten.
's Middags kreeg ik met vijf anderen de Praemium Erasmianum Dissertatieprijs uitgereikt in het gebouw van de KNAW, dat uit een andere tijd lijkt te stammen - de stoelen en de muren in de koffiekamer waren met dezelfde stof bekleed, er stonden witte stenen hoofden van vroegere mannen, tegen het plafond in het trapgat waren vogels te zien. In de zaal van de uitreiking hingen portretten van mannen; er was één vrouw te zien, naakt en wulps (vrouwen en dieren doen het goed als ornamenten). Ik kreeg een mooie lofrede te horen en vertelde de mensen over de prairiehonden en hoe het verder moet met de politiek. Er waren lieve mensen gekomen.
's Avonds aten we humus en daarna ging ik weer naar huis. De honden waren heel blij dat ik er weer was. Doris heeft het kusjes geven ontdekt. Ik krijg er ongeveer twee per dag.

 

 

17 mei

Het hoge gras

 

 

16 mei

Humor

Er zijn twee soorten mensen: mensen met wie je kunt lachen en mensen met wie je niet kunt lachen. Er zijn dus twee groepen mensen: mensen met wie ik kan lachen en mensen met wie ik niet kan lachen. Die groepen zijn waarschijnlijk voor niemand precies hetzelfde en misschien veranderen ze door de tijd (voor sommigen). Hieruit kun je concluderen dat er meer groepen mensen dan mensen zijn. De eerste groep is trouwens voor mij veel kleiner dan de tweede en divers qua samenstelling. Verder is een gedeeld gevoel voor humor niet af te dwingen en is gevoel voor humor niet voorbehouden aan de mens, maar daarover een andere keer meer.

 

 

15 mei

Troost

Ik zat toevallig naast Olli toen er in de steeg een rotje werd afgestoken. Hij schrok en sprong zo in mijn armen. Ik pakte hem even heel stevig vast (daar houdt hij normaal niet van) en de angst verdween uit zijn lichaam (normaal blijft die lang hangen, vertrekt hij naar een andere kamer of blijft hij alert liggen met zijn oren omhoog). Het komt niet vaak voor dat je iemand echt kunt troosten, of zelf echt getroost kunt worden. Het verzoende mij met het erge, voor heel even. (Dat kan ook altijd maar heel even natuurlijk.)

 

 

14 mei

Speak II

 

 

13 mei

Speak to me and watch me grow

 

 

12 mei

Nog een keer voor wie het gemist heeft

Mijn artikel The good life, the good death, over euthanasie van en met andere dieren, is hier te downloaden.

 

 

12 mei

Zielige pijl (München)

 

 

11 mei

De wereld is zo groot

1. Ik schrijf dit op het terras van het Haus der Kunst (een van de mooiere musea waar ik ooit geweest ben - de tentoonstelling Blind Faith die er momenteel te zien is, is zeer de moeite waard) in München. Het televisieprogramma Druckfrisch had me uitgenodigd om over de Duitse vertaling van Dierentalen te komen praten dus vanochtend was ik in een soort opvangplek voor boerderijdieren ten noorden van München. Het interview vond plaats op het landje van de grote geiten, die zich toen ik aankwam in de hoek van hun stal ophielden. Ze waren bang voor de camera's, en de uitingen van de cameramannen, die keihard met een emmer biks schudden om ze te lokken, hielp niet mee. Het was een wat stroef interview; de interviewer ging niet in op wat ik zei maar stelde alleen vragen. En het is meestal fijner als de interviewer het (nog) niet met me eens is, dan kan ik meer uitleggen, nu vond hij alles goed. Maar het Duitse publiek weet nu wel van Der Sprachen der Tiere en misschien viel het mee (hij vroeg naar Wittgenstein, dus inhoudelijk was het wel). Na afloop reed ik met de interviewer en regisseur mee naar de stad - we maakten vanwege wegafsluitingen een omweg door talloze dorpen. In de stad gingen we ieder ons weegs - zij gingen vis eten en ik zag een vegan café, waar ik in gesprek raakte met iemand die aan persoonlijke ontwikkeling doet (hij helpt anderen met hun persoonlijke ontwikkeling) - het was wel een goed gesprek, geen onzin. De zon scheen, mensen slenterden langs. Ik at een linzensalade en maakte een wandeling langs de Isar naar het museum. Google maps raakte een beetje van streek omdat ik steeds verkeerd liep, maar de zon scheen zoals ik al zei en alles was zo groen.
2. De taxichauffeur (een Pool) die me aan het begin van de avond weer naar het vliegveld bracht analyseerde de politieke situatie in Europa voor me. Ik was het vrijwel helemaal met hem eens. Ik vind de politieke analyses van taxichauffeurs sowieso vaak goed. Misschien komt dat omdat ze veel tijd hebben om over politiek na te denken en met veel verschillende mensen over dingen praten. Hij vertelde dat zijn langste rit ooit van München naar Hengelo was, waar hij een groep Albaniërs zonder visum heen bracht in 1999. Hij zei ook dat niemand dertig jaar geleden ooit gedacht had dat de grenzen van Europa open zouden gaan en dat ontroerde me - voor hem betekende het veel. En hij vertelde dat de Poolse staatstelevisie de vrijheid in de Benelux en Duitsland met totale minachting beschouwt. Er is ook commerciële teevee maar die is in handen van een vriend van Trump, dus daar schieten ze qua conservatisme nog niks mee op.
3. Op schelpeneilandjes in de Isar lagen 's middags mensen te zonnen. De bomen in de stad waren groot en groen, veel droegen bloesems, overal in de stad waren leuke zithoeken. Achter het museum is een uitgestrekt park, waar ze onder een brug surfen. Dat is nogal een attractie, de brug staat vol met toeschouwers. Het was eigenlijk een dag om in het gras te gaan liggen. Dat is sowieso waar ik zin in heb. Niet in lezingen geven, niet in boeken redigeren, gewoon in het gras liggen en af en toe met mijn voeten in het water. Woordeloze dingen.
4. Een van de varkens vond ons bezoek wel geslaagd. De derde cameraman stond in zijn weitje en hij volgde hem steeds.
5. Kort ergens zijn levert indringende herinneringen op aan kleuren en straten, maar voelt als een droom, als niet-echt.
6. In het vliegtuig terug las ik Dagelijks werk van Renate Dorrestein - ik had het boek speciaal gekocht om op de terugweg te lezen, omdat ik al verwachtte moe te zijn. Het was een goede zet, het was fijn om onderweg naar haar te luisteren. Ik las Dorrestein veel op de middelbare school en daarna nog zelden, maar ze heeft me na het verschijnen van Dagpauwoog nog eens live geïnterviewd en bleek belangstellend en open. Het is een grappig boek, voor schrijvers omdat het herkenbaar is, maar voor de rest van de mensen is het ook een aanrader. Schuin voor me las iemand de krant. Ze las bijna een uur lang dezelfde pagina, iets over een bouwschandaal in het Duits. Bij het uitstappen bleek dat ze een grote rolkoffer bij zich had, waarmee ze goed de loopband kon blokkeren.

 

 

10 mei

Vanmorgen

(Ook plantte ik op deze Hemelvaartsochtend twee aardappels.)

 

 

9 mei

De coywolf

Een paar weken geleden woonde ik een presentatie bij van Clemens Driessen over onder andere de coywolf. Dat dier is zoals de naam al aangeeft een kruising tussen een coyote en een wolf (of een ondersoort van de coyote, daar is discussie over). Ze zijn niet zo gefokt, maar ontstaan op de grenzen van de leefgebieden van deze dieren, waar de soorten elkaar ontmoeten. Ze kunnen zoals coyotes en honden goed leven in menselijke gebieden en als wolven in bossen en op vlaktes. Het is dus eigenlijk een toevallige supersoort, die het bestaan van grenzen tussen soorten in twijfel trekt. Hier kun je meer lezen.

 

 

8 mei

Vakantieplannen

 

 

7 mei

Mijn lievelingsduif

Mijn lievelingsduif is ziek. Al een tijdje. Eerst dacht ik dat ze snel dood zou gaan, maar ze is er nog. Ze is zelf sterk en haar partner ook - hij zorgt zo goed voor haar nu, houdt de andere duiven tijdens het eten bij haar weg en blijft bij haar in de buurt. Ik probeer haar bij te voeren, misschien zou ik haar wel kunnen vangen maar ik ben bang dat ze haar direct zullen laten inslapen en het zou haar ook veel stress opleveren. Ze kan beter hier doodgaan, in de binnentuin waar ze haar hele leven gewoond heeft en alles kent. Ik ken het stelletje al dik zeven jaar en ze was volwassen toen ik haar ontmoette, dus ze is al zeker al bijna acht, misschien wel wat ouder. Vandaag heb ik haar trouwens nog niet gezien, haar partner ook niet, dus ik maak me zorgen - maar het zou, hoe verdrietig ook, voor haar misschien goed zijn om te sterven, ze heeft zo'n mooi leven gehad. Haar vriend blijft dan alleen over. Hij is net zo lief als zij.

 

 

6 mei

 

 

5 mei

Rozenoord

Gisteravond was ik bij de herdenking van de slachtoffers bij Rozenoord, tussen Zorgvlied en het Amstelpark in Amsterdam. Bij Rozenoord zijn ongeveer honderdveertig verzetsstrijders gefusilleerd. De tweede toespraak was van een vertegenwoordiger van een Joodse organisatie, die waarschuwde voor hedendaags antisemitisme. Hij noemde daarbij steeds nadrukkelijk dat het gevaar uit islamitische hoek kwam, waarmee hij onterecht angst voor moslims en moslimhaat aanwakkerde. Het was echt shockerend. Een herdenking is geen gelegenheid om iemands speech te onderbreken, maar na afloop werd hij er gelukkig door verschillende mensen op aangesproken en de toespraak die erop volgde was van iemand die wel begreep dat moslimhaat net zo erg is als antisemitisme. Het was een smet op een verder wel mooie herdenking, hopelijk zoekt de organisatie voor volgend jaar de dialoog.
Na afloop zaten we nog even op een veldje. De zon stond laag en er kwamen konijnen langs, die wonen daar.

 

 

4 mei

Het goede leven en de goede dood

Mijn artikel 'The Good Life, the Good Death: Companion Animals and Euthanasia' is gepubliceerd in Animal Studies Journal en is hier te downloaden en te lezen.

 

 

3 mei

Totem

 

 

2 mei

Anjers waren het geloof ik

Bij de AH op het Amstelstation wilde ik een bosje bloemen kopen. Een van de meisjes achter de kassa begon meteen te schreeuwen dat ik met de honden niet naar binnen mocht. We schreeuwden wat heen en weer en het kwam erop neer dat ik de bloemen niet kon kopen. Het is een inloopwinkel met zelfscannen, ik heb er nooit eerder problemen mee gehad. Ik telde de euro's uit en legde ze neer. 'U heeft ze gestolen. Ik moet ze scannen,' schreeuwde het meisje. 'Nee hoor,' zei ik. 'Ik heb betaald.' Toen liep ik weg. Doris was er een beetje zenuwachtig van.

 

1 mei

Uma

In het ziekenhuis opende ik eerst de gangkast, links naast het bordje met bevalkamer 9 erop. Er kwam een groepje vrouwen in witte jassen aan, die me vroegen waar ik naar op zoek was. De voorste wees me de juiste deur. 'Weet ze dat je komt?' vroeg ze, maar ik had de deur al open gedaan. In het ziekenhuisbed lag mijn zusje met de allerliefste baby ter wereld op haar borst. Ik had het kindje een uur daarvoor door de telefoon al gehoord (ik moest eerst nog een gesprek voeren over honden, als inleiding bij een film in Rialto). En ik kende haar al een tijdje uit de buik natuurlijk. Maar nu was ze er echt, en sinds ze er is, is er iets veranderd, een fenomeen dat ik verder alleen maar ken van de dood. Ze heeft al grote handen en voeten en is heel sterk voor een baby, en alles is nog nieuw.

 

 

30 april

Ik kocht nieuwe planten

De honden vinden het wel vreemd als ik tegen de planten praat.

 

 

29 april

Het andere plantje

 

 

28 april

Koningsdag

'I want to kiss the feet of your dog,' zei de dronken jongen in de steeg. Ik vertelde hem dat dat geen goed idee was. Doris zou hem in zijn neus bijten. Hij bleef maar achter ons aanlopen, mompelend over women who defend dogs en dogs who defend women, tot ik voor mijn deur streng 'wegwezen' zei. Hij bleef nog even staan om te controleren of ik het wel echt meende en droop toen af, langzaam maar gestaag, op zoek naar een andere vrouw of hond.

 

 

27 april

Paarden onthouden je bui

Vanochtend las ik over een onderzoek waaruit blijkt dat paarden de gezichtsuitdrukkingen van mensen onthouden en hun gedrag daarop aanpassen. De paarden kregen kort een foto te zien van een blij of boos gezicht en later zagen ze deze mens in het echt. Bij de ontmoetingen met de mensen van de boze gezichten voelden ze zich ongemakkelijk, wat zich uitte in een gespannen houding en bepaald gedrag. Je kunt hier meer lezen over het onderzoek.

 

 

26 april

Ik droomde over twee watervogels met vreemde gezichten, moeder en dochter

 

 

25 april

De vierenzeventigste dag

Voor het tijdschrift Zin (misschien van deze maand, ik weet het niet) schreef ik een paar verhalen uit het perspectief van een hond. Dit is het begin van het eerste verhaal.

Ik wacht onderaan de trap voor de ingang, in de schaduw van de eik. Mensen passeren me links en rechts, lijken me niet op te merken. Soms laten ze een boterham vallen, die ik snel weg graai. Mussen pikken de kruimels op. Even verderop begint het park, waar we altijd liepen. Achter mij ligt de grote weg. Auto’s rijden af en aan, taxi’s zetten mensen af. De duiven koeren naar elkaar, jongens op scooters rijden te hard over het fietspad. Het lijkt alsof er niets veranderd is. Het is de vierenzeventigste dag dat ik hier wacht. Wachten is niet hetzelfde als blijven. Blijven betekent dat alles nog hetzelfde is, wachten is hopen dat het anders wordt. Mijn wachten begint op blijven te lijken.

 

 

24 april

Plantenbak

Eergisteren viel er een houtduif uit de boom. Hij of zij landde in de plantenbak van de buurvrouw. Ik belde haar omdat de duif misschien gered moest worden, maar het dier schokte nog even en stierf toen. Ik weet niet of het een onfortuinlijke of een fortuinlijke dood was, maar het ging snel, en de duiven hebben hier echt wel een fijn leven, met kameraden en genoeg te eten. De buurvrouw had airbnb-ers in haar huis, dus ik bood aan om de duif weg te halen, maar dat hoefde niet, en net sms'te ze dat ze het zelf gedaan heeft. De kop was van de duif gegeten, door een dier met honger. Mij mogen ze ook wel opeten na mijn dood. Omdat mijn lievelingsduif ziek is, voer ik de duiven hier bij. Soms zitten ze op een rij in de boom achter het huis op me te wachten. Dat ziet er heel gezellig uit, alsof we allemaal toch een beetje bij elkaar horen.

 

 

23 april

Plantje met oranje bloemen

 

 

22 april

Who cares

1. 'Je weet dat ik kapper ben, hè,' zei de overbuurman dreigend. Hij wees naar mijn uitgroei. Ik wist dat niet. Ik ga nooit naar de kapper. Dat zei ik niet. Ik vroeg hem naar de naam van zijn kapsalon. 'Who cares,' zei hij en hij lachte. Hij aaide Olli en noemde hem broertje. In een roman moet je dit soort scènes een doel geven, een logica. Anders schrap je ze. Terwijl het echte leven van absurde sketches aan elkaar hangt.
2. Gisteren zag ik twee buurmannen tegelijk uit hun huis komen. Ze droegen hetzelfde T-shirt met bloemen. 'Leuk T-shirt,' zei de een tegen de ander. De ander had het niet meteen door. Hij had een kind bij zich en leek erg moe. Ze lachten erom.
3. Ik droomde laatst dat ik het geheim van het heelal (het bestaan van alles) ontrafeld had. Ik kon alleen het toeval nog geen plek geven.
4. Tijdens een lezing vroeg een man me of het geen luxeprobleem was om over dieren na te denken. Die vraag had ik alweer een tijdje niet gehad (er zijn ongeveer zeven vragen die ik na lezingen krijg, steeds in een iets gewijzigde vorm, zoals de planten- en insectenvraag (als we rekening met dieren gaan houden waar leggen we dan de grens) en de vraag of eigenlijk opmerking dat mensen roofdieren zijn / dat het de natuur is om andere dieren te eten want allerlei dieren eten zelf andere dieren (deze wordt over het algemeen door een man gesteld) - ik zal eens een lijstje maken van die zeven vragen waar alle andere vragen tot te herleiden zijn). Voor hem is het misschien een luxeprobleem, als ethisch en politiek handelen ooit een luxe is, maar voor de dieren die hij eet niet.
5. Hond V was met me mee naar de lezing. In de trein werd ze flink geaaid, vooral door mannen. Pas op het allerlaatst op de terugweg kwam ze even bij mij zitten. Het was nog licht buiten toen we thuiskwamen, ook al was het al best laat en de terrassen zaten vol met mensen die lichaamsdelen van dieren aten. Echt, ik zag het zelf. Gelukkig hoefden we niet ver.

 

 

21 april

Klein onderwaterschilderij

 

 

20 april

Paardenbloempesto

Vroeger plukten we paardenbloembladeren voor de cavia's, nu gebruik ik ze zelf. Bijvoorbeeld om pesto mee te maken, volgens het recept dat Lisette Kreischer onlangs op internet plaatste. Je kunt ook ander groen gebruiken. Succes!

 

 

19 april

De steppenroller valt aan

Het kleine stadje Victorville in Californië werd overvallen door een invasie van tumbleweed, oftewel steppenroller - mensen belden met het alarmnummer en konden soms letterlijk hun huis niet meer uit. Klik hier voor beeld.

 

 

18 april

Bonnen

Normale mensen maken vaker schoon dan ik. Dat denk ik tenminste steeds, nu ik eindelijk eens grondig aan het opruimen en schoonmaken ben. Het is deels dat ik er geen tijd voor heb, deels dat het me niet interesseert, maar misschien leer ik het mezelf nog. Ik heb me ondertussen in mijn leven al de gekste dingen geleerd. Tijdens het opruimen/schoonmaken van een keukenkastje dat vol zat en zelden nog open ging, vond ik een oude rode portemonnee. Er zaten vooral veel bonnen in waar de inkt van verdwenen is. De achterkanten zijn nog intact - HEMA, Kijkshop, Modern Electronics, Rock Palace - maar de voorkant is leeg (die van de HEMA heeft er magenta strepen voor terug gekregen). Ze slaan ook op spullen die er niet meer zijn, misschien gaan de houdbaarheid van de bon en die van het apparaat gelijk op. Verder zaten er visitekaartjes in (van mezelf, zelfgeprinte uit een tijd dat die heel handig waren) en pasjes. Pasjes kan ik niet weggooien, dus die doe ik in de la die ik volgende week moet opruimen (eerst moet het fornuis nog en de boekenkasten).

 

 

17 april

Het begin van een beeldverhaal