archief
evameijer.nl

 

 

31 januari

De grasspriet en het bos

Voor De vereniging ter bevordering van de troost in Nederland maakten Miriam Reeders en ik een podcast (of audiocollage), met medewerking van Miek Zwamborn, G.C. Heemskerk en Wiske Heemskerk, en Ellen Deckwitz. We praten over het bos, kanker, long covid, de dood, gedichten, een beek, een mens die thuiskomt en nog veel meer. Veel luisterplezier. (Je kunt de link ook delen, hij staat op deze pagina.)

 

 

31 januari

Bezoeker 









 

 

30 januari

Variatie 31

Voor het begin van de poëzieweek. Hier.   

 

 

29 januari

A Daoist-inspired Approach to Multispecies Relations  

Ik kwam er net achter dat mijn artikel over taoïsme en meersoortige relaties gepubliceerd is in Environmental Philosophy, zie hier. Ze doen bij dit journal niet aan open access, maar de voorlaatste versie kun je hier lezen.

 

 

28 januari

Variatie 1 

Vanaf dezelfde bank.

 

 

27 januari

Het leven 

Vanochtend werd ik heel vroeg wakker, maar wel met een liedje in mijn hoofd, over het leven. Hier

 

 

26 januari

Gesprek

Het was een fijn zoekend gesprek, in Savannah Bay, met marwin vos en het publiek, zorgvuldig geleid door vragen van Dieuwertje Mertens. Met Variaties op aanwezigheid wil ik niet alleen iets zeggen over long covid of lang ziek zijn, maar de lezers ook meenemen de ervaring in (het is een soort minimal music). En dat werkte door in het gesprek. Mensen moesten ook lachen toen ik voorlas, wat me beviel - ik denk dat dat wegvalt als je het zelf leest. We spraken over parallellen tussen wilde dood en Variaties. Het zijn allebei boeken die gaan over grenservaringen - rouw, en ziekte - die laten zien hoe kwetsbaar we zijn, en over het politieke (en ook wel sociale) systeem dat niet met zorg maar met geweld op kwetsbaarheid reageert. Het zijn ook boeken die niet toegeven aan de neoliberale verwachting om een happy end aan een naar verhaal te fabriceren, maar die bij de waarheid blijven, om van daaruit een nieuwe vorm te vinden. Een nieuwe vorm voor de taal en voor hoe we ons verhouden tot anderen. Want die twee zaken zijn met elkaar verbonden.

 

 

25 januari

Doris 9 jaar

Vandaag is Doris jarig. We hebben een hoop meegemaakt de afgelopen jaren - de dood van mijn vader, die ze goed kende en graag mocht, de ziekte en dood van Olli, mijn ziekte. Daardoor was ze een tijd verdrietig, maar nu is ze vrolijker dan ooit. Ook vanwege de katten. Op Schiermonnikoog vond ze het heel fijn, normaal houdt ze niet van vakantie maar nu nam ze het voortouw tijdens de wandelingen. Ik ben heel trots op haar, ze is ontzettend dapper en overwint steeds haar angsten. En ze past goed op me.  

















 

 

24 januari

The things a girl should do 

Mijn lieve oma is alweer vijftien jaar dood. In deze video speelt ze de hoofdrol. Hij is uit 2007 dus toen was ze 87 of 88.

 

 

 

23 januari 

Vuurboom 

Ook dit gebeurde nog op Schiermonnikoog. 

 

 

23 januari 

De boeken 

Terwijl Variaties op aanwezigheid net uit is en Multispecies Dialogues net naar de drukker ben ik bezig met het muizenboek, Muizenleven. De boeken zelf lopen niet door elkaar, die lopen netjes achter elkaar, maar wat mensen erover willen weten wel. Toch is het fijn, deels zoals alles nu fijn is omdat het weer kan, maar ook omdat ik hoop dat deze teksten een rol gaan spelen in het debat en ze zin hebben om de wereld in te gaan.   

 

 

22 januari

Demonstratieverbod

Als gezichtsbedekkende kleding straks verboden wordt bij demonstraties kunnen mensen met lc of andere aandoeningen waarbij je niet opnieuw ziek moet worden niet meer demonstreren. Ik hoor daar niemand over maar dat lijkt me indruisen tegen onze mensenrechten.

 

 

21 januari

LCC+4 

Vanavond hadden we alweer de vierde long covid conversation in de reeks academische bijeenkomsten die ik online organiseer met hulp van Eloe Kingma. Ditmaal ging het over het spreken voor mensen die te ziek zijn om voor zichzelf te spreken, überhaupt aandacht genereren voor long covid en toewerken naar een debat waarin mensen wel worden gehoord. Anil van der Zee en Anne Vroegindeweij hebben een bijdrage geleverd in beeld en tekst, en Vivienne Matthies-Boon nam deel aan het gesprek. Zij vestigde onder andere de aandacht op kinderen met lc, die al helemaal niet voor zichzelf kunnen opkomen. Je kunt alle lezingen tot nu toe terugkijken via de website.

 

 

20 januari

Yoga















Ze doen ook graag met mij mee als ik yoga doe - hier zie je de deer pose met Zmeu. 

 

 

20 januari

De witte schelpen

 

 

19 januari

De kaas

Nou Margreet, jij hebt ook veel bij je voor een paar nachten. De vrouw met de lange grijze vlecht wees naar Margreets rolkoffer, die bij de paal met haltetijden stond. We wachtten op de bus die ons naar de boot zou brengen.    
Nee hoor, zei Margreet. Ik heb ook ruimte voor andere dingen. Zoals de kaas.
Wat Margreets gesprekspartner toen zei kon ik niet horen (Doris wilde niet vlak naast ze staan, ze is bang voor rolkoffers). De rol van de kaas in het leven van Margreet – reisgenoot, onmisbaar onderdeel van een dieet, souvenir – bleef dus een mysterie. Het ging om een groot stuk kaas, dat ving ik nog wel op.
Margreet vroeg of haar gesprekspartner met de bus naar huis ging. De gesprekspartner wist het nog niet. Ze beschreef de route. Eerst naar Leeuwarden, daarna door naar Alkmaar. Misschien zou ze in Leeuwarden de trein nemen, want ze had nog een opwaardering naar de eerste klas tegoed.
In de bus gingen ze allebei op een andere plek zitten. Eerst dacht ik dat ze elkaar kenden, maar misschien hadden ze elkaar pas bij de halte ontmoet.
Op de boot viel me op dat alle mensen hetzelfde haar hadden als hun hond. Er was een hond met woest grijs haar, samen met drie dames in het zwart die ook woest grijs haar hadden. Niet ver van ons zat een terriër met een borstelige vacht. Zijn mensen hadden ook allebei kort borstelig haar. Een oudere collie had een oudere vrouw met sluik haar bij zich. Ik vroeg me af wat dit over mijn eigen haar zei. Net als Doris heb ik glad haar, alleen is dat van mij wel een stuk langer.
Doris en ik gingen als laatsten van de boot. Van de boot af gaan is minder eng als er niemand achter je loopt. Ik bracht haar vast naar de auto, daarna betaalde ik het parkeergeld bij de automaat. Toen ik weer bij de auto was, stapte er net iemand in de kleine grijze Fiat naast me. Het was Margreet. We zwaaiden.  

 

 

18 januari

Waai

 

 

18 januari 

Metamorfoses 

Als jong visje heeft de schol beide ogen nog aan twee kanten van het gezicht, maar als ze een week of twee oud zijn beginnen hun ogen naar een van de zijkanten van hun hoofd te verschuiven, terwijl de vis op de andere kant gaat liggen (zodat ze naar boven kunnen kijken). Wij mensen zijn zo slecht in veranderen, we houden altijd min of meer dezelfde vorm, worden alleen groter en dan op het laatst weer kleiner. Platvissen veranderen ook van kleur als ze van vorm veranderen: de kant die naar boven ligt wordt donkerder en die naar beneden lichter. Welk oog verschuift is overigens afhankelijk van het soort platvis dat je bent. Bij schollen verschuift het linkeroog naar rechts, bij bijvoorbeeld grieten is het andersom. Sommige soorten hebben geen vaste kant. 30% van de botten is linksogig en 70% rechtsogig (lees meer op de site van Ecomare).       

 

 

17 januari

Vergadering

De kraaien hadden gisteren aan het eind van de middag een vergadering in de boom vlakbij het huisje. Ze gebruikten een speciale roep om de bijeenkomst aan te kondigen. Ze bleven een tijd doorroepen, het klonk nogal dringend, tot er nog twee wat verlate kraaien kwamen aanvliegen. De discussie zelf was verhit maar kort. Na afloop gingen ze weer uit elkaar. Een groot deel vloog in de richting van het bos, een paar enkelingen naar het dorp, de rest richting de duinen. Of het strand, ik zie ze steeds boven de branding vliegen maar heb nog geen jachtbewegingen waargenomen. Toen ik probeerde uit te vinden wat ze daar zoeken, kwam ik een ander interessant fenomeen op het spoor. Op de website van Ecomare las ik dat scholeksters en meeuwen op Texel hebben geleerd hoe ze Japanse oesters (een exoot) moeten openen. Scholeksters weten dat ze hun snavel in oesters moeten steken die een klein beetje openstaan, dan kunnen ze hem verder openen. Meeuwen maken gebruik van de zwaartekracht. Ze pakken losse oesters, vliegen een goed stuk omhoog en laten ze kapotvallen. Ze zijn daar beter in geworden, eerst kregen ze zo'n 30% van de oesters open, nu 90%. 

 

 

17 januari

De vuurtoren in de mist 

Boven zee was het helderder. 

 

 

16 januari

De laatste aflevering 

Ik had er even niet op gerekend dat David Lynch ook dood zou gaan. Ter ere van zijn leven ga ik de laatste aflevering van Twin Peaks kijken - ik heb alle afleveringen gezien en ook de films, maar niet de allerlaatste, omdat ik die niet kon vinden. Dat vond ik wel toepasselijk. Misschien kan ik hem nu wel vinden, en anders blijf ik zoeken, dat is ook goed. Ik ga zo ook nog een paar van zijn weerberichten kijken. Het leven is totaal absurd en waanzinnig, maar vaak ligt dat net onder de oppervlakte. Lynch haalt het omhoog en laat het zien.  

 

 

16 januari

Biljartverenigingen

Gisteren hoorde ik dat er 13 biljartverenigingen op Schiermonnikoog zijn. Dat is 1 per 75 inwoners.  

 

 

16 januari

Ondertussen  

Ondertussen verschijnt Variaties op aanwezigheid  aanstaande maandag (dat lijkt vanaf Schiermonnikoog nog heel ver) en zijn we bezig met het plannen van de optredens. Op 26 januari is er een presentatie van het boek in Savannah Bay in Utrecht, waar ik in gesprek ga met dichter marwin vos. De gespreksleider is Dieuwertje Mertens. De 29e is er zoomboekenclub voor wie niet naar de optredens in de echte wereld kan of wil komen (zie de website van HetMoet). 2 februari ben ik in de bibliotheek in Haarlem voor Zinnen op zondag. Op 3 februari is een bonusoptreden in Nijmegen tijdens het symposium over postviral ethics, zie onder, en 25 januari ben ik in het Boijmans voor een symposium over duiven, n.a.v. de tentoonstelling Bericht van de duif van G.C. Heemskerk en Shani Leseman. Wees welkom!          

 

 

15 januari

Haas 

Gisteravond liep ik naar het gemeentehuis om de raadsvergadering bij te wonen (waarover meer in De schaal van een eiland, het boekje over mijn residentie dat in november zal verschijnen als uitgave van het festival Meet me at the lighthouse). Toen ik tegen de heuvel bij de witte toren op liep kwam me een jonge haas tegemoet. Geen kleintje, maar ook nog niet volgroeid, een puber denk ik. De haas keek me even aan, en sprong toen rustig de duinen in.  

 

 

14 januari

De ingang van de burcht 

 

 

13 januari

Modder

In de NRC staat een mooi in memoriam van Janneke Wesseling over kunstenaar Ruchama Noorda, die eind vorig jaar doodging.

 

 

13 januari

Voor degenen onder u die liever Russisch dan Engels lezen

Een tekst van me is vertaald door Mark Mefed van de Russische critical animal studiesclub. Hier.  

 

 

12 januari

Nachtbomen 







 

 

11 januari

Wezzen

Schiermonnikoog heeft net als de andere Waddeneilanden een eigen taal. Het Schiermonnikoogs of Eilauners wordt gezien als een dialect van het Westerlauwer Fries, een van de drie levende Friese talen, maar is ook sterk beïnvloed door het Gronings. Ik ben benieuwd naar de verhouding tussen deze taal en het landschap. Talen drukken altijd iets kenmerkends uit over de plek waar ze gesproken worden. Ze vangen iets van degenen die ze spreken dat niet op een andere manier uitgedrukt kan worden. Het IJslands kent bijvoorbeeld veel woorden voor natuurverschijnselen. Misschien is dat hier ook wel zo.
In het wezzenbuek van Els Perdok uit 2001 zoek ik naar wezzen die het bestain hier uitdrukken. Lucht is loft. Wind is wiin, een zuchtje wind twirke. Zee is see, water watter, strand straun. Wolk is wolke. Er zijn niet veel synoniemen voor de natuurverschijnselen in het Schiermonnikoogs. Regenen is ryne, hard regenen púezje of tjaskje. Groen is grien, sneeuw is snie. De paardenbloem heeft twee namen: pareblom of hynjersblom. Voor gezellig zijn er drie woorden: gesellich; gemúedlik; smúk.
Het enige woord dat extreem veel varianten heeft is lopen. Uit genoemd woordenboek: 'Lopen, rone, roonde, roond. Wandelend lopen, keurje, keure, keure; waundelje, waundele, waundele. Zwervend lopen, swalkje, swalke, swalke; dalkje, dalke, dalke; dwylje, wiile, dwiile. Besluiteloos, zonder vast doel, rondlopen, ommale, maalde om, ommaald; omdwylje, dwiile om, omdwiile; omwimmelje, wimmele om, omwimmele; omscharrelje, scharrele om, omscharrele. Op z'n dooie gemak lopen, tainkje, tainke, tainke; pauntelje, pauntele, pauntele; paunderje, paundere, paundere. Langzaam, treuzelend lopen, sulkje, sulke, sulke; dreutelje, dreutele, dreutele; keutelje, keutele, keutele; trantelje, trantele, trantele. Statig lopen, treedje, trede, trede. Pittig lopen, drasse, draste, drast; steutje, steute, steute; stevenje, stevene, stevene; toffelje, toffele, toffele. Snel lopen, fyterje, fytere, fytere; gyselje, gysele, gysele; fege, feegde, feegd; fjain, fleich, flein; drave, draafde, draafd; sieuwzje, sieuwze, sieuwze; jakkerje, jakkere, jakkere; sjeze, sjeesde, sjeesd. Moeizaam lopen, <algemeen> knoffelje, knoffele, knoffele; hobbelje, hobbele, hobbele; tjattelje, tjattele, tjattele; kloskje, kloske, kloske; hokselje, hoksele, hoksele; bokselje, boksele, boksele; hompelje, hompele, hompele; tjaskje, tjaske; stromfelje, stromfele, stromfele. Moeizaam door het zand lopen, baffelje, baffele, baffele; plúegje, plúege, plúege. Moeizaam tegen een duin op lopen, heuvelje, heuvele, heuvele; tjoterje, tjotere, tjotere. Moeizaam door het slijk lopen, waadje, wade, wade; tjolvje, tjolve, tjolve; kwazje, kwôze, kwôze. Moeizaam door het hoge gras lopen, boskje, boske, boske. Schoorvoetend lopen, stryke, strykte, strykt; schiive, schiifde, schiifd. Slenterend lopen, sleiferje, sleifere, sleifere; slierkje, slierke, slierke; scheile, scheilde, scheild; tjalkje, tjalke, tjalke. Slingerend lopen, kakogelje, kakogele, kakogele; hogelje, hogele, hogele; slingerje, slingere, slingere; sterrelje, sterrele, sterrele; waggelje, waggele, waggele; strampelje, strampele, strampele; dwarrelje, dwarrele, dwarrele. Dribbelend lopen, frosselje, frossele, frossele; fottelje, fottele, fottele; fúetelje, fúetele, fúetele. Voorzichtig lopen, gnússelje, gnússele, gnússele; gnúskje, gnúske, gnúske. Opgewonden lopen, bane, baande, baand; starmje, starme, starme. Huppelend lopen, hippe, hipte, hipt. Druk heen en weer lopen, flitterje, flittere, flittere. Sluipend lopen, slúppe, slúpte, slúpt. Schuifelend lopen, schúffelje, schúffele, schúffele. Met grote passen lopen, tredje, trêde, trêde. Zoekend lopen, strúne, strúnde, strúnd. Duidelijk hoorbaar lopen, klonderje, klondere, klondere; daverje, davere, davere; troft, troftte, troft; stommelje, stommele, stommele. Op klompen lopen, klompje, klompe, klompe. Het op een lopen zetten, it op in ronen satte. Loop heen!, roon hanne!; roon schyten! Er in lopen, der yn rone, roonde, roond; ferryfele wezze, wes, wezzen.' 
Wezzen – er is dus een woord dat woorden en lopen betekent, alsof je met je voeten betekenis in het land schrijfloopt. En ik ben dus op de goede weg als ik het eiland lopend wil leren kennen, al baffeljed, heuveljed of strúnend.  

 

 

10 januari

Samenkomst

Nieuwe materialisten zoals Jane Bennett en Bruno Latour schrijven graag over assemblages om te verduidelijken hoe actorschap werkt - we zijn als handelende wezens allemaal verbonden met andere handelende wezens en niet-wezens. Deze samenkomst van paaltje, prikkeldraad, planten en schimmels geeft hier een voorbeeld van. (Ik ben het niet helemaal met ze eens over actorschap. Hoe ik dit zie kun je lezen in Multispecies Dialogues, dat over een dikke maand uitkomt.)

 

 

10 januari 

Hedendaags 

Doris en ik zagen net heel mooi werk van bastaardsatijnvlinderrupsen op duindoorns. Hier

 

 

10 januari

Uitnodiging boekpresentatie

Op 12 februari is de digitale boekpresentatie van Multispecies Dialogues. Het is in het Engels en jullie zijn allemaal welkom.

 

 

9 januari

En nergens een einde 

 

 

9 januari

Zingen voor de bomen 

Vandaag heb ik voor de bomen gezongen. Iemand stuurde me een filmpje van een strijkkwartet dat voor planten speelt. Ze schreef erbij 'helaas zitten ze wel in potten'. En toen dacht ik: laat ik dan zingen voor de vrije bomen hier op het eiland. Ik heb op drie plekken gezongen. A capella, met geïmproviseerde teksten over vogels en de tijd. Het voelde eerst onwennig, omdat ik weinig zing de laatste tijd, maar het werd snel heel gewoon en rustig. Mijn stem mengde mooi met de buitengeluiden (ik heb wel zacht gezongen, je moet denk ik niet hard voor bomen zingen). Het is fijn om voor bomen te zingen, en een beetje voor de vogels, er waren ook puttertjes onder de toeschouwers.

 

 

8 januari

Letterbomen

Vanochtend zag ik een U-boom (hier in spiegelbeeld). Net zag ik een Y-boom.

En een V-boom.

En naast elkaar een V en I. 

En hier is een W. 

 

 

8 januari 

Sterren 

Gisteren was ik jarig. Ik was vroeg wakker en ging met Doris naar buiten. De nachthemel was bezaaid met sterren. Het was overweldigend. Doris keek ook naar boven, waarschijnlijk vanwege het vuurtorenlicht dat over de boomtoppen scheerde, maar haar blik bleef hangen. Later vroegen mensen of ik nog wat ging doen. Maar ik had die sterren al gezien, dat was het feest van de dag.

 

 

7 januari

Ontmoetingen 















 

 

6 januari

De overtocht 

Gisteren zijn Doris en ik naar Schiermonnikoog gereisd. Ik ben uitgenodigd door het festival Meet me at the lighthouse (waar ik in november ook optrad) om dit jaar hun schrijver in residence te zijn op het eiland, en daarover een boekje te schrijven. De boottocht viel Doris niet mee, maar het was niet zo erg als die keer dat we naar Vlieland gingen. In die tijd (2020) was ze een stuk zenuwachtiger dan nu. Maar evengoed is het een hele klus voor een hond, opletten dat niemand te dichtbij komt (en anders grommen), de boel in de gaten houden en ook nog over allerlei vreemde oppervlakten lopen. Ilonka van de organisatie heeft een huisje voor ons geboekt op een mooie plek. Het is hier stil in de zin dat er weinig mensen en honden zijn. Er zijn wel veel vogels, waaronder fazanten - net zag ik een club van minstens twintig (half hennen en half hanen) toen ik terugkwam van mijn hardlooprondje. En de wind waait behoorlijk hard, dat is de soundtrack van vandaag. 

Doris en ik zijn wel naar het strand gegaan, waar we met wier hebben gespeeld. Doris vond het echt leuk, daar was ik heel blij mee. Ze is bijna negen en rent niet vaak meer zomaar omdat ze vrolijk is. Er was geen andere hond om samen mee te rennen maar ik heb mijn best gedaan om die leegte te vullen. En verder heb ik onderzoek gedaan voor de tekst. Dat wordt nog vervolgd.     

 

 

6 januari

Voor de PAIS-geïnteresseerden onder u

Vivienne Matthies-Boon organiseert op 3 februari een symposium met de titel Postviral Ethics op de Radboud Universiteit Nijmegen. Ik geef ook een praatje. Je kunt het hele programma hier bekijken en het is mogelijk om de dag online bij te wonen.

 

 

5 januari

Op zijn kop is het eiland net een zeehond op haar rug 

 

 

5 januari

Seeing possibilities in potatoes 

 

 

4 januari

Leeslinks 

Hier is de enquête over troost die ik in 2010 maakte met Miriam.
Voor wie het vorige week miste, is hier nog een keer het muizenfilosofiegesprek/interview met Jeremy Bendik-Keymer. 
Hier staat het interview met pattrice jones van een tijdje terug over haar nieuwe boek. 

 

 

3 januari

Plataan en halsbandparkieten 

Vanochtend waren Doris en ik naar Delft, waar we met G.C. Heemskerk Radius bezochten (mocht je er nog nooit geweest zijn: het is een mooie kunstruimte). We zijn uitgenodigd om met het Meersoortig Collectief mee te doen aan een tentoonstelling daar, die over een paar maanden plaats zal vinden.

We hebben de ruimte bekeken en de omgeving, omdat we graag in gesprek willen met de niet-menselijke bewoners daar. Op de foto kijkt G.C. Heemskerk naar een bijzondere boom, en de halsbandparkieten die erin zaten. Als je het Meersoortig Collectief nog niet kent, kijk dan op onze website en het blog, dat we regelmatig bijwerken.  

 

 

2 januari

De muren die de wereld werden

Ik begon het jaar met een bijzonder boek, And the walls became the world all around, van Johanna Ekström en Sigrid Rausing. Het is een bewerking van de notitieboekjes van Ekström, een Zweedse schrijver, door Rausing, die op Wikipedia staat omschreven als filantroop, antropoloog en uitgever, maar vooral Ekströms beste vriend is. De notitieboekjes beslaan twee jaar en een paar maanden. In die tijd ontmoet Ekström een nieuwe geliefde, die ze ook kwijtraakt aan een depressie (hij sluit zich af), sterft haar moeder en sterft ze uiteindelijk zelf. Het eerste deel van het boek is saai en irritant, dat gaat alleen over Ekströms dromen en Rausing geeft daar op een psychologie-van-de-koude-grond-manier commentaar op. Het deel waarin Ekström wacht op haar geliefde, hun relatie en zichzelf ontleedt, is erg goed, eigenlijk vooral omdat het laat zien wat het schrijven teweeg kan brengen, hoe het schrijven eigenlijk het leven over kan nemen en iets kan scheppen wat uiteindelijk meer waard is dan een gevoel dat alles waard lijkt. Het derde deel, van de ziekte, is vooral heel kort. Dat wordt niet opgeheven door Rausings toevoegingen. Rausing is geen erg goede schrijver, bijna al haar commentaar had net zo goed weggelaten kunnen worden, maar op een bepaalde manier laat dat goedbedoelde commentaar ook zien hoe het leven werkt (iemand maakt iets ergs mee, iemand anders probeert te helpen maar kan er niet bij, blijft er toch omheen dralen). En het is een vorm van zorg, voor iemands werk zorgen, voor een schrijver is dat net zoiets als voor de schrijver zelf zorgen. Dus hoewel het als boek niet helemaal werkt (ik weet ook zeker dat Ekström flink geschrapt zou hebben in haar teksten, herken het werken in de tekst, de eerste versie), is het als project geslaagd.
Verder las ik in de afgelopen dagen Over democratie uit, een bundel teksten van Habermas, vertaald en ingeleid door Leon Pijnenburg. Het is fijn om Habermas in het Nederlands te lezen en om hem in deze tijd te lezen - hij heeft een vooruitziende blik en de teksten zijn allemaal nog steeds of meer relevant dan toen hij ze schreef. Ik las ook een paar mooie romans, Yr Dead van Sam Sax en Maps of our Spectacular Bodies van Maddie Mortimer, die allebei serieus zijn in hun vorm, Yr Dead om recht te doen aan hoe de tijd zich als gevoel in de lichamen van mensen nestelt, Maps of our Spectacular Bodies om recht te doen aan de veelheid die elk lichaam is (en wat erin ligt opgeslagen).

 

 

2 januari

Een boodschap van de cavia's 

 

 

1 januari

Een jaar als dag (een dag als jaar) 

Eerst is er de ochtend, nog stil en donker. Er is niemand op straat, geen mensen, egels of padden. Alleen de wind die bomen laat bewegen (er is hier altijd leven). En het water dat het licht van de straatlantaarns laat golven.
Met de schemer komen de eerste mensen. Pas later komt het praten (ik mag nog even stil zijn). Er is nu vooral de tekst (het echte leven). Een zin: net als de winter is het donker veilig.
Het blijft waaien. Het waait iets schoon.
Elke ochtend zegt: hier is iets nieuws, hier is niet alleen tijd maar ook ruimte om iets te vinden (niet altijd zoeken, dat heeft geen nut).
Je kunt geen dag voor lief nemen ook al vergeet je het soms.
Met woorden de tijd vormen, met woorden de tijd terugvinden, en misschien soms terugkrijgen.
Nu is het middag. Er zijn mensen die dingen willen, er is beweging, een pad, er is herhaling. Maar elke herhaling is ook nieuw (net als de woorden steeds nieuw zijn). Daar kun je op vertrouwen.
Vertrouwen: ergens op kunnen leunen, zonder dat je dat vooraf had bedacht omhooggehouden worden.
Niet langer vertrouwen: met je voeten naar de bodem zoeken.
Nieuwe schemer, nieuw donker. Je probeert dit moment zo leeg mogelijk te houden, er zoveel mogelijk van mee te krijgen, van te begrijpen. Hoe kun je de tijd begrijpen? Alleen maar in de stilte (leven is beweging maar in de beweging ben je bezig, pas later tekent zich de vorm af).
Dit is er gebeurd, en daarna dit. Nu zijn we hier. Hier: met je voeten de bodem raken. Niet hoeven leunen.
In de nacht opent de andere wereld zich, de spiegelwereld. Als je wil kan je naar buiten om de bomen te vragen hoe het is om heel lang stil te staan. Maar dat hoeft niet, want je slaapt. Je slaapt de hele nacht, tot het weer ochtend is.