archief
evameijer.nl

 

 

31 december

Boeken

Mijn jaar stond in het teken van de boeken, de zes nieuwe die verschenen (Variaties op aanwezigheid, Multispecies Dialogues, Multispecies Assemblies, Muizenleven, Straying with Street Dogs en De schaal van een eiland) en de vertalingen van eerdere boeken die me onder andere naar Australië, Zuid-Korea, China en Chili brachten om over dieren, rechtvaardigheid, taal, democratie en veel meer te praten. Lezen wordt steeds meer een daad van protest in een wereld die gekenmerkt wordt door korte boodschappen zonder aandacht. Het is een voorrecht om me daarmee bezig te kunnen houden. Daarnaast was er The Dark, de voorstelling die ik schreef voor Tijd van de wolf, waarvoor de spelers, Alexandra Broeder en ik mooie gesprekken voerden, en het indringende en noodzakelijke PAIS Protest. Het was een rijk jaar, op naar het volgende.

 

 

30 december

Doing politics with animals

Op de valreep van het jaar is mijn interview met Sue Donaldson gepubliceerd in Politics and Animals, je kunt de pdf hier downloaden. Veel leesplezier.  

 

 

30 december

Oudjaar 

Sta maar op, je kunt het verleden aanraken. Je hoeft je armen niet eens uit te strekken. Het buigt zich naar je toe. Maar recht je rug, maak je op voor
wat er was,
wat er niet was,
wat er had kunnen zijn
wat nog kan komen.  

 

 

29 december

Vrolijk als een hondenstaart

Bij Jenny Holzer zag ik dit gedicht (met de wens Peace on Earth). Ik vertaalde het uit het Engels.

Vrolijk als een hondenstaart 

Anna Swir 

Vrolijk als iets onbelangrijks
en vrij als een onbelangrijk ding.
Als iets wat niemand prijst
en wat zichzelf niet prijst.
Als iets wat door iedereen wordt bespot
en wat de spot drijft met hun bespotting.
Als gelach zonder serieuze reden.
Als een schreeuw die zichzelf kan overschreeuwen.
Vrolijk als hoe dan ook,
als elk hoe dan ook. 

Vrolijk
als een hondenstaart.  

 

 

28 december

Leestips 

Een paar favoriete boeken van het afgelopen jaar: alfabet van Inger Christensen, De zaak van de dieren tegen de mensen van de Zuivere Broeders van Basra, De aarde als gemeenschap van Achille Mbembe, O Caledonia van Elspeth Barker, De haha van Jennifer Dawson, Animals and the Right to Politics van Sue Donaldson en Will Kymlicka. Ik heb heel veel gelezen, deze boeken bleven hangen. Een van mijn favoriete gedichten van het afgelopen jaar is trouwens het volgende, van H.H. ter Balkt: 

Het lijkenhuisje of: McDonald’s mycelium 

Het is geen elektriciteitshuisje
Dit is een lijkenhuis – weliswaar
met de neonletters McDonald’s
en uitgedost als vliegenzwam,
maar toch een lijkenhuisje
Dit eethuis wortelt in alle
lengte- en breedtegraden
Zijn lijklucht verdoft de wereld
Weggemoffeld achter rododendrons
is ’t lijkenhuisje op Usselo’s kerkhof
maar dit vreemde restaurant
dat een net van worteldraden uitzendt
over de gehele aarde
lokt enkel begrafenisgasten
Dit lijkenhuisje bazelt
‘Ik ben het machtige Eetpaleis’
Wat een zonderling huisje
en moeten wij dit huis en zijn lucht
wel geloven? Dit lijkenhuisje
lijkt wel een heel land!

 

 

27 december

De kraaien

Doris en ik waren de afgelopen tijd vaak in het Diemerkpark in verband met caviabezoek aan de dierenarts daar vlakbij. Toen we een boterham op een bankje aten kwamen er talloze kraaien. Ik gaf ze mijn brood en ze liepen een heel eind met ons mee, alsof we bij elkaar hoorden. Dat was zo fijn.

 

 

27 december

Winter ze 

Happy wintering, schreef A. en dat vond ik een goede groet. In plaats van het vieren van feestdagen die ons commercieel worden opgelegd tijd nemen voor lezen, wandelen met vrienden, schrijven of tekenen en stil zijn. Ik wens het jullie ook, naar vermogen.

 

 

26 december

De kou heeft geen stem

De kou heeft geen stem. De wind heeft een stem, de regen heeft een stem, de anderen hebben stemmen, maar de kou heeft geen stem. Dat wil niet zeggen dat de kou zich niet kan uitdrukken – integendeel, de kou kan zich uitstekend uitdrukken. Maar de kou drukt zich op andere manieren uit.
Het liefst luister ik naar de stem van de regen. Die vertelt me hoe ze elders leven, hoe het vroeger was. De wind vertelt alleen maar over nu, nu, nu.
De kou spreekt mijn vingers aan, mijn tenen, mijn neus, mijn huid, daarna door mijn huid mijn binnenste. Als ik beweeg kan ik iets terugzeggen. Ik beweeg zoveel mogelijk als de kou begint. Je mag wel even naar de kou luisteren, maar niet te lang. Dat vertelt de regen. Het is al zo vaak misgegaan, dat ze te lang naar de kou hebben geluisterd en alles kwijtgeraakt zijn. Dat de kou door hun huid hun binnenste heeft bereikt.
De regen maakt ons alleen nat. Daarom schuilen we. Dan hoor je de regen het beste. Soms strijden de regen en de wind om wie er aan het woord is. Dan ben ik blij dat we kunnen schuilen. De bladeren vertellen ons wanneer we naar onze schuilplaats moeten. Het is trouwens het beste om samen te gaan. Als de kou dan ook komt, zijn we veilig.

 

 

25 december

Vrede

Op eerste kerstdag lees ik bij de NOS dat er bijna honderdduizend (stel je dat even voor) 'leghennen' (eufemisme voor jarenlang uitgebuite en mishandelde kippen, die echt helemaal niets misdaan hebben in hun leven) zijn 'afgemaakt' (eufemisme voor vermoord, zonder reden). Zolang mensen met andere dieren omgaan als (wegwerp)producten zal er geen vrede zijn, voor niemand, nergens.

 

 

24 december

Kanon 



In Brick City schoten ze op de haaien. Dat kun je niet maken. Dus ik heb het kanon omgedraaid en de boot met hengels in de haven verstopt. 

 

 

23 december

Nieuwe vormen van zorg

Voor de NRC schreef ik een stuk waarin ik pleit voor nieuwe vormen van zorg. Hier. Ik schreef het alweer even geleden maar het staat vandaag in de krant. 

 

 

22 december

Een glorieus soort krimpen

Miriam Reeders en ik zijn bezig met een boekje met haar tekeningen (waaronder die hierboven). De titel is Een glorieus soort krimpen en ik denk dat het in februari of maart verkrijgbaar zal zijn. Het zal naast de tekeningen een essay van mijn hand bevatten en het wordt vormgegeven door Janine Hendriks van Kaftwerk.  

 

 

21 december

De kortste dag

Er liepen drie mensen op het pad voor Doris en mij. De vrouw vertelde dat ze volgende week zeventig zou worden. ‘Welkom bij de club,’ zei een van de mannen. ‘Toch maar gehaald.’ ‘Ik vind het niet leuk als je zo praat,’ zei de vrouw, maar op een amicale toon. Ze spraken verder over mensen zesenzeventig waren, achtenzeventig, eentje was negenenzeventig. Daarna haalden Doris en ik ze in. De zon scheen en hoog in de verte zag ik een van de buizerds cirkelen, het was echt mooi buiten. 

 

 

20 december

Doris met haar vrienden Miemel en Wiske 

 

 

20 december

De laatste dag

Deze laatste dagen van het jaar denk ik natuurlijk veel aan Simba, die in de zomer stierf. Ik schreef toen dit gedicht voor hem, over onze laatste dag samen. 

KLEINE VOETEN
Voor Simba 

Met je kleine voeten betreed je de eeuwigheid. In de eeuwigheid zijn al onze voeten natuurlijk klein, maar die van jou zijn veel kleiner dan de mijne.
Ik ken het leven net als jij. 

Je kleine voeten zijn koud. Ik voel ze in mijn grote hand. Over je ogen ligt een vlies – kun je de eeuwigheid al zien? Het melkwitte landschap dat in ons allemaal ligt te wachten.
Ik ken de duur van deze uren niet. 

Over je gevoel ligt een vlies. We betreden het gras, de zon licht je uit, hier is het hooi, hier is een deken, een tweede vacht, een tweede hart. Je past bijna in mijn hand.
Ik ken het raadsel net als jij, het ligt in ons allemaal te wachten. 

Dat we zo klein zijn en dat we elkaar in de tijd toch hebben ontmoet!
Dat we dezelfde lucht inademen in dezelfde kamer! 

Dat we allebei ademen
in deze melkwitte uren
die zich aan elkaar en aan ons vasthouden.  

 

 

19 december

Obstructies 





 

 

19 december

Achter het gordijn (fragment uit The Dark)

Ik bracht een dag door achter het gordijn. Het was zo’n lange dag dat ik me afvroeg of er ooit een einde aan zou komen. Ik liep langs het gordijn, op zoek naar het einde of het begin, de opening, maar het was zo’n lang gordijn dat ik me afvroeg of er ooit een einde aan zou komen.
Wat ik leerde over eindes, al voor ik achter dat gordijn terechtkwam, is dat ze jou opzoeken en niet andersom. Dat is omdat je niet voorbij ze kan denken. Niet voorbij de echte eindes. De anderen hoorden me nog, soms, mijn stem was gedempt. Ik hoorde hen vrijwel niet, omdat ze te ver weggingen. Ik riep ze wel maar wilde ze niet vragen om in de buurt te blijven. Het is niet iets waar ik trots op was, en wilde ze ook veilig houden, wie weet kun je als je heel dicht bij het gordijn bent erachter schieten.
Ik denk daar wel over na, over hoe ik achter het gordijn terechtkwam. Waarschijnlijk kwam ik te dichtbij, wilde ik de stof aanraken, met mijn vingertoppen voelen waar het gordijn van was gemaakt, het leek wel een schaduw, zo zacht en fluwelig.
Eerst was ik nog in de wereld, toen zat ik achter het gordijn. Mijn gedachten maakten schaduwen op de stof die alleen ik kon zien. Degenen aan de andere kant zagen misschien hun eigen schaduw, die van hun lichaam. Dit was iets anders.
Ik liep eigenlijk de hele dag rond, en die dag duurde zo lang dat ik eerst blaren kreeg op mijn voeten die bloedden voor ze eelt werden. Mijn gedachten liepen ook rond, als ik even pauzeerde zag ik hun schaduwen als in een draaimolen rondgaan op het gordijn. Net zoals ik niet weet hoe ik achter het gordijn kwam, weet ik niet hoe ik erachter vandaan kwam. Wat ik denk is dat er een moment kwam waarop ik vergat waar ik was. Na al die kilometers, al die jaren in die dag. Omdat het toen alleen nog aan mij was, maakte het niet meer uit of ik achter het gordijn was of ervoor of heel ergens anders. Het zou ook kunnen dat het gordijn in mij terecht is gekomen. Daar lijkt het namelijk soms op. Ik voel de schaduwen van mijn gedachten rondgaan in mijn borstkas, in mijn buik. Ik voelt als duizeligheid.
Maar ik loop weer voor het gordijn. De anderen doen alsof er niets gebeurd is. Ze waren blij om me te zien, dat wel, en ik was blij om hen te zien.
Soms wil ik weer aan de stof voelen. Dat kan niet in je lichaam. Maar dan voel ik aan mijn borstkas, aan mijn buik. Daar gaan de schaduwen. Daar gaat de dag rond.  

 

 

18 december

En ook 



 

 

18 december

Sneeuwkaart 

We hebben nog een paar sneeuwkaarten over, dus ken of ben je iemand die we blij kunnen maken een ansichtkaart: mail naar troostvereniging@proton.me.  

 

 

17 december

Deze dagen 

 

 

16 december

De kleur van water

Een mooi interview met Patti Smith, hier

 

 

15 december

Fleurtations 

 

 

14 december 

Ongelijkheid en verantwoordelijkheid 

Vanochtend gaf ik een lezing voor vrouwen van Soroptimistenclubs, of eigenlijk drie korte lezingen met daartussen tijd voor discussie. De eerste korte lezing plak ik hieronder, ter lering ende vermaak.   

Ongelijkheid verminderen 

Steeds meer mensen kiezen voor een cadeauvrije Kerst, las ik op internet, die onuitputtelijke bron van informatie waar je niet naar op zoek bent maar die soms toch nuttig is. Het is in deze tijd van ecologische crisis niet erg feestelijk om bij te dragen aan de consumptiemaatschappij die het leven op aarde langzaam vernietigt, en dus kun je beter de nadruk leggen op samen zijn. 

Het deed me denken aan een van mijn lievelingsartikelen, ‘Famine, affluence, and morality’ , van de Australische filosoof Peter Singer. In 1971, als Singer zijn stuk schrijft, is er een hongersnood in Oost-Bengalen, het huidige Bangladesh. Een groot aantal mensen sterft door gebrek aan voedsel, onderdak en medicijnen. Het is niet noodzakelijk dat ze sterven, betoogt Singer. Wanneer degenen die het kunnen missen geld doneren, kan de crisis worden gekeerd. Geld geven is daarom geen liefdadigheid, maar een morele plicht. Dat werkt als volgt. 

Hongerlijden en als gevolg daarvan sterven is slecht, schrijft Singer. Ook moeten we als we iets kunnen voorkomen, dat voorkomen, zelfs als dat ongemak met zich meebrengt. Als een kind in een vijver dreigt te verdrinken moet je dat kind redden – ook als je nieuwe schoenen, waar je een jaar voor gespaard hebt, dan vies worden of kapotgaan. Dit geldt niet alleen voor kinderen in de vijver om de hoek, maar ook voor degenen verder weg. Die hebben net zo goed waarde; de afstand vermindert jouw plicht om te helpen niet. 

We kunnen natuurlijk niet naar elke crisis afreizen, schrijft Singer, maar wel financieel steun bieden. Veel mensen doen dat al. Ze geven volgens Singer alleen te weinig. Als iedereen 5 euro zou geven, zou dat genoeg zijn. Maar niet iedereen doet dat, dus het lijden wordt niet opgeheven. Wanneer je meer kunt geven, is er minder lijden, dat is beter, en dus moet je, als je kunt, meer geven. Er is natuurlijk een grens – je kunt niet alles weggeven. Maar wel veel, voordat je op het niveau uitkomt van degenen die je zou moeten helpen. 

Dit heeft verstrekkende gevolgen voor onze manier van leven. Als je oude jas nog bruikbaar is, zou je geen nieuwe moeten kopen: dat geld kun je beter weggeven. Naar de bioscoop gaan is een luxe waar je best zonder kunt, je hoeft niet uit eten om in leven te blijven; je kunt zelf koken en wat je daardoor bespaart weggeven. Hoho, denkt u nu misschien, wacht even. Dit gaat wel ver. Maar doodgaan gaat ook ver. 

Tegen Singers betoog zijn wel dingen in te brengen. Hij bespreekt onze individuele verantwoordelijkheid, terwijl de grote structuren van ongelijkheid niet door ons veroorzaakt zijn en ook niet door ons zijn op te lossen. Regeringen en andere vormen van politiek, zoals de Europese Unie en de NAVO hebben natuurlijk ook een rol te spelen. 

Singer heeft het ook niet over de rol van het kapitalisme en de ideologie van economische groei in het creëren en instandhouden van ongelijkheid. Het is geen toeval dat sommige landen arm zijn en andere rijk: dat hangt samen met koloniale uitbuiting vroeger en nu, het consumentisme in westerse landen en het feit dat geld binnen veel systemen belangrijker is dan levens. De nadruk leggen op geld doneren om dat tegen te gaan doet niets aan het systeem. We weten ondertussen beter dan in 1971 dat de klimaatcrisis die in de komende decennia het meeste lijden en de grootste ongelijkheid zal veroorzaken ook samenhangt met ongebreidelde economische groei en consumentisme. Dus we hebben politieke, sociale en economische verandering nodig om de problemen waar Singer op doelt aan te pakken. 

Als derde punt zijn er problemen met de theorie die Singer aanhangt: het utilisme. Het utilisme richt zich op het grootste goed voor de meeste wezens. Niet de waarde van een individu, haar rationaliteit of bewustzijn telt in het bepalen van onze ethische plichten: we moeten de totale hoeveelheid geluk uitrekenen om te weten hoe we moeten handelen. Hierin tellen gelijke belangen gelijk en soort is niet bepalend voor hoe je iemand zou moeten behandelen. Daar kom ik later vandaag nog op terug. 

Hoewel het utilisme aansluit bij een paar belangrijke intuïties, zoals dat je iedereen gelijk zou moeten behandelen en dat het verkeerd is om te discrimineren op basis van toevalligheden (zoals waar je woont of welke kleur je bent), is het ook een belangrijke intuïtie voor ons dat we verschil maken tussen degenen die dichtbij ons staan en degenen die veraf zijn. Filosofen zijn dol op gedachtenexperimenten en gebruiken hier als voorbeeld een brandend huis. Er zijn twee personen binnen en je kunt er een redden. De twee personen binnen zijn je moeder en een arts (de moeder is in het voorbeeld geen arts en heeft geen beroep waarbij ze anderen helpt). Volgens de utilist moet je de arts redden omdat dat het grootste goed in de wereld teweeg zal brengen. Die arts zal namelijk weer anderen helpen. Maar de meeste mensen zullen hun moeder willen redden. 

Een ander probleem dat vaak met het utilisme wordt genoemd is dat het onmogelijk is. Het is onmogelijk om steeds uit te rekenen wat je moet doen en het vraagt te veel van ons om altijd met het grote goed in het oog te handelen. Ga maar na: alles wat we doen heeft effect op anderen. Boodschappen doen. Autorijden. Het werk dat we doen. Of we op vakantie gaan en hoe en wanneer. Kinderen krijgen – veel mensen vinden dat ook een recht, maar in deze tijd zijn er grote ethische problemen aan verbonden. Hoe we de niet-menselijke dieren behandelen. De hele tijd bij elke handeling stilstaan wat het beste is, lijkt ondoenlijk. 

Er zijn dus filosofische problemen met utilisme. En er is een de noodzaak tot grote veranderingen, die vragen om nieuwe samenwerkingen en een cultuurverandering, is er natuurlijk wel degelijk iets mis met de manier waarop veel mensen in Nederland in 2025 zich gedragen. Mensen willen meer meer meer spullen, terwijl ze al genoeg hebben. Ze schaden daarmee de planeet, want al die dingen moeten worden geproduceerd, en ze schaden heel veel anderen, waaronder de niet-menselijke dieren. 

Singer heeft ook gelijk in dat we veel meer voor anderen zouden moeten doen. We leven in een cultuur die sterk de nadruk legt op het zelf, en niet op relaties met anderen, waartoe ik ook de niet-mensen reken. Dus nadenken over waar we eigenlijk recht op hebben, wat ons gegeven is, en wat we zelf weg kunnen geven, is geen overbodige luxe. 

Die cadeauvrije Kerst waar ik over las is een goed begin. De eindejaarsuitkering van veel mensen kan over het algemeen ook naar iemand die het harder nodig heeft (zoals honden in een Roemeens asiel, stichting Red een Legkip in Nederland of vluchtelingen op een Grieks eiland). Dat heeft als bonus dat we de consumptiemaatschappij niet langer in stand houden, die ons toch maar vervreemdt van wie we zouden kunnen zijn. Discussievragen De vraag is: wat vinden jullie hiervan? Wat zijn onze plichten als individu? En als gemeenschap? Ik wil jullie vooral vragen om na te denken over mensen elders, kinderen en niet-menselijke wezens.  

 

 

13 december

Troostkaart

De Vereniging ter Bevordering van Troost stuurt dit jaar kerstkaarten naar wie er wel eentje kan gebruiken. Dus ken of ben je zo iemand, geef dan je adres door via troostvereniging@proton.me. Je kunt ook een set van 10 bestellen om zelf te sturen, dat is 10 euro plus verzendkosten. Zo lang de voorraad strekt.   

 

 

12 december

Poetsen 

Ik ga naar een Russische kindertandarts. Toen ik bij deze tandarts terechtkwam (omdat de praktijk dichtbij mijn huis is) was alleen de mondhygiëniste nog Russisch, maar stuk voor stuk zijn alle medewerkers vervangen. Zelfs de baliemedewerker is nu Russisch. In de wachtkamer wordt altijd een film vertoond over tropische vissen, een heel goed onderwerp (ik denk altijd wel: wat jammer dat er geen poetsvissen tussen zitten). De tandartsstoel kijkt uit op een monitor in het plafond waarop tekenfilms worden vertoond. Eerder was het altijd Donald Duck, nu is het een onbekende moderne figuur die onbegrijpelijke dingen meemaakt. De tandarts en assistente spreken Nederlands met elkaar, waardoor hun interactie lijkt op amateurtoneel. Gisteren ging ik weer eens voor controle, en terwijl ik na het tandartsbezoek bij de mondhygiëniste was huilden er in de andere kamer Russische kinderen bij de kindertandarts. Iemand zette de muziek aan, een soort dancemuziek, de mondhygiëniste begon mee te hummen. De kinderen bleven huilen. Ik had mijn tanden goed verzorgd, de enige tip die ze had was dat ik aan de binnenkant van het gebit moest beginnen met poetsen, dan zou ik dat met meer aandacht doen. 

 

 

12 december

Rits 

Ik droomde over pleisters die ritssluitingen waren, waarmee je de wond kon sluiten en openen.

 

 

11 december

Augustus / december 







 

 

11 december

Animals and the Right to Politics 

Aankondiging voor de dierfilosofiegeïnteresseerden onder u: vandaag verschijnt Animals and the Right to Politics van Sue Donaldson en Will Kymlicka, de opvolger van Zoopolis. Ik heb het boek al gelezen en kan u verzekeren dat het een aanrader is. Klik hier voor alle info en om er eentje te bemachtigen.   

 

 

10 december

Kerstfeest in het dorp L. 

 

 

10 december

Martin Parr

Een paar dagen geleden rekte ik me uit en daarbij maakte ik onbewust een geluid: oe-a. Het was mijn vaders oe-a, die blijkbaar ook in mij lag opgeslagen tot ik oud genoeg was om hem te maken. En nu is Martin Parr ook nog overleden. Als mijn vader nog zou leven zou ik hem bellen en na de hallo en hoe gaat het (waar mijn vader een hekel aan had: ‘hetzelfde’ zei hij meestal) zeggen: ‘Martin Parr ook dood.’ Mijn vader zou antwoorden met: ‘Goede fotograaf.’ Ik zou zeggen: ‘Grappig.’ En daarop zou hij niets meer zeggen. Of misschien iets over zijn leeftijd – Parr was nog maar 73. Parr was niet een van de helden van mijn vader, dat waren mensen als Lee Friedlander en Garry Winogrand. Maar wel iemand die hij waardeerde. Na het woord grappig zou ons gesprek eigenlijk wel afgelopen zijn. Misschien zou ik nog iets vertellen over de dieren. Dan zou hij zeggen ‘hou je taai’. Na het ophangen zou hij naar boven lopen en een fotoboek van Parr uit de kast pakken om erin te kijken. De foto’s zouden hem ondanks alles vrolijk stemmen.  

 

 

9 december

Nieuwe stickers onderweg 

 

 

8 december

Schaal

Uit betrouwbare bron verneem ik dat De schaal van een eiland bijna is uitverkocht. Dus zoek je nog een bijzonder kerstcadeau of heb je het nog niet in je eigen kast staan, sla dan je slag! Hier kun je het bestellen.    

 

 

8 december

Schorsmos









 

 

7 december

Dieren op de oceaanbodem bestaan

In Valparaiso sprak ik een oceanograaf die onderzoek doet naar eencelligen in de Atacamatrog. Hij vertelde dat zijn collega's elke week nieuwe soorten ontdekken en dat hij zich erge zorgen maakt over de diepzeemijnbouw, omdat al die wezens daarvan te lijden zullen hebben, met consequenties die wij nog lang niet begrijpen. Vanochtend las ik een artikel over diepzeemijnbouw in de NY Times dat precies daarover gaat. Je kunt het hier lezen.

 

 

7 december

abrikozenbomen bestaan

Hebben jullie alfabet al gelezen van Inger Christensen? Het is mijn lievelingsbundel. 

 

 

6 december

Vlog van Doris Meijer

Doris en G.C. hebben niet stilgezeten in mijn afwezigheid. Ze hebben samen een vlog gemaakt, waarin ook de katten en de ouders van G.C. een rol hebben. Speciaal voor het vlog zijn ze afgereisd naar het Twiske waar Doris aan G.C. heeft laten zien waar we altijd wandelen.   

 

 

5 december

More books 

Het optreden gisteren was in Housmans Bookshop, een radicale boekwinkel in het hartje van Londen. Er waren boeken, vrienden, er was een goede interviewer (Lucy Mercer) en andere aardige mensen (o.a. van New Dutch Writing en de ambassade). De Engelsen zijn geïnteresseerd in de vertaling omdat ze zelf maar een taal spreken - het is een voor- en nadeel om zo'n dominante taal te spreken. Ik heb ondertussen veel zin om stil te zijn maar het was een mooie tour.

 

 

4 december

Trein 

Het optreden in Exeter was in een 350 jaar oud pand aan het water. Er waren vooral echte literatuurliefhebbers (waaronder meerdere mensen van wie ik vermoedde dat ze zelf ook graag eens een boek zouden schrijven). Milo zat naast me in de trein naar Londen. Hij was nogal zenuwachtig want het was de tweede keer in zijn leven dat hij met de trein ging en hij kent zijn mens nog maar acht weken.  

 

 

4 december

Diplomatie met wolven

Voor de NRC schreef ik n.a.v. de vermoorde wolf gisteren een stuk over dat er meer mogelijk is dan wolven vermoorden of beschermen: we hebben diplomatie met wolven (en andere dieren) nodig. Hier.   

 

 

3 december

Omweg

Vandaag ging ik in gesprek met mijn zeventienjarige zelf, in de trein naar Exeter. Ik studeerde in 1997-1998 zang aan het Dartington College of Arts, en dat is hier in de buurt - de trein stopt eerst in Exeter, dan Totnes, waar ik altijd uitstapte en dan nog drie kwartier langs de rivier naar het landgoed liep. Morgen neem ik dezelfde route als ik altijd nam terug naar Londen, vandaag was maar een klein stukje hetzelfde. Maar de heuvels zijn zoals toen, de velden met de heggen, de kronkeleiken. Ik ben nooit eerder terug geweest (ik zou wel eens echt terug willen naar het landgoed, dat lukt me nu niet qua tijd) en voelde weer hoe ik in de trein zat, mijn verlangens van toen en mijn gedachten. Ik weet nog wat ik schreef en tekende, wat ik las, wat ik hoopte. Het is geworden wat het moest worden, zei ik mijn eerdere zelf, met een enorme omweg is het wat het moest worden.

 

 

2 december

Chapel Allerton Library 







 

 

2 december

Per huishouden 

Alle optredens zijn heel anders, zei James, mijn uitgever alhier, maandagavond. Voor de eerste twee geldt dat in elk geval al. In Edinburgh trad ik op in een prachtige boekwinkel, in de fiction room. Vertaler Anne las voor het eerst in haar leven voor publiek voor, er werd wijn geserveerd, iedereen was heel aandachtig en betrokken. Vanavond werd ik geïnterviewd door Horatio Clare (een leuke schrijver van wie ik direct de boeken heb besteld) in een bibliotheek in een buitenwijk van Leeds. Het was er fijn, de bieb is sinds de jaren zeventig denk ik niet meer opgeknapt, het publiek was weer heel aandachtig en lief, echte lezers. Iedereen kocht na afloop een boek (ze waren in tweetallen gekomen, dus een per huishouden). Ik sprak vooraf ook nog met ene Liam voor zijn podcast, het duurde heel lang voor alles goed stond en we konden beginnen. Iedereen is erg aardig en het fijne in de UK is altijd dat mensen een goed gevoel voor humor hebben.       

 

 

1 december

Zeezicht

En vandaag ben ik door het universum naar Edinburgh geteleporteerd waar ik vanuit mijn hotelkamer uitkijk op een kerk en daarachter de Noordzee. Ik ben blij dat de zee hiervandaan in beeld is, dan heb ik iets om me op te richten, en bovendien spreek ik vanavond in Topping & Company Bookshop over de vertaling van Zee Nu (vertaler Anne Thompson Melo is erbij, dus ik zie ernaar uit haar in het echt te ontmoeten).